RIEKSTER

dromen maar niet slapen

 

Dans me augustus 10, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 20:57

‘En jij dan?’

‘Ik? Ik denk dat ik plots, op onnatuurlijke wijze om het leven kom.’ De Dromer stopt met wandelen en kijkt over de reling, een boot vaart onder de brug door.

‘Onnatuurlijk. Hoe onnatuurlijk dan? Op welke wijze?’

‘Nou via een een ongeluk, of een windhoos of een ware orkaan. Of toevallig een keer op reis, dat ik uiteindelijk toch een keer in de verkeerde taxi stap. Zoiets.’ De Dromer hangt over een spijl. De enorme boot vaart nog steeds onder de brug door. Het is een joekel en de lijnen lijken scheef te gaan. Hij wordt er duizelig van. ‘Weet je dat lopen in Vlaanderen rennen is, en dat wandelen lopen is?’

De Denker zucht. ‘Waar komt dit nou toch ineens vandaan.’ De wind waait in zijn gezicht. Zijn gezicht is nat, het miezert een beetje. Hij kijkt naar links, waar de Dromer staat.

‘Oh, gewoon. Dat hoorde ik ergens. Hey, weet je wat ik zie?’

‘Wat zie je?’ Het waait.

‘Er staat een matroos op het dek.’

‘Waar.’

‘Daar.’ De Dromer wijst.

‘Ja.
Ik zie ‘m. Een matroos.’

‘Mooi,’ zegt de Dromer. ‘Mooi, matrozen zijn zo wijs als het water.’

De Denker zucht. ‘De kapiteinen van later. Kom, we gaan terug.’ Hij pakt de Dromer bij zijn arm. ‘Is naar huis goed?’

‘Naar huis is goed.’

 
 

Goed juli 27, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 23:32

‘Waarom laat je me altijd doen wat ik wil doen?’ De Dromer ligt bovenop zijn dekbed. Met zijn kleren aan.

‘Omdat ik weet dat het goed voor je is. Ook al irriteert het je.’ De Denker staat voor de boekenkast. Met een stapel in zijn ene hand, zet hij met zijn andere de boeken een voor een terug in de kast. Straks zullen ze er allemaal weer uit vallen. Maar het is goed, opgeruimd voor nu.

‘Goed voor me? Waarom niet een beetje weerstand.’ De Dromer kruist zijn ene been over zijn andere. Hij ligt. En hij zucht. Met een hand trekt hij het dekbed onder zijn hoofd. ‘En ja. Het irriteert me.’ Hij zucht. Nog eens. Hij komt overeind en knijpt met zijn ogen.

‘Ik zal de volgende keer zeggen dat je iets niet moet doen. De eerst volgende keer. Goed?’ Een boek valt uit de kast.

‘Ja’, zegt de Dromer. ‘Zo is het goed.’

 
 

Zeventig mei 18, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 23:13

‘Is dit hoe het voelt, als we straks zeventig zijn?’ De Dromer zit op het aanrecht, trekt met zijn voet een la open en zet er een schoon kopje in. Het kopje valt om als hij de la weer dicht doet.
‘Wat?’ De Denker zit met zijn handen in het sop. Het sop zit ook op zijn hoofd.
‘Zo stil. En dat het dan goed is. Kijk, ik hoor niets.’  Hij houdt zijn vinger omhoog. De theedoek hangt over zijn schouder, hij kijkt naar alle hoeken van zijn ogen.
Luister, bedoel je, je hoort niets.’
De Denker zet een spatel in de beslagkom. Er staan nog drie pannenkoeken koud op tafel. Ze hadden tien pannenkoeken gebakken en daar heeft de Denker er vier en de Dromer er drie van gegeten. Nu zijn er nog drie over. Die mogen ook op, maar niet nu.
Als het aan de Dromer ligt brengen ze de pannenkoeken naar iemand die er wel drie van lust. De Denker vindt dat dat niet kan. Pannenkoeken brengen.
‘Dus dit is hoe het straks is.’ De Dromer zit nog steeds met zijn vinger omhoog. ‘Dit.’
‘Dat weet je niet’ mompelt de Denker in het sop. ‘Dit is wat wij bij die oude mensen bedoelen.
Zoals we willen dat het is.’

 
 

Delicate april 30, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 23:22

De denker zit in de kast. De dromer kan kloppen wat hij wil, maar hij zit in de kast.
Dit is niet het moment om te dromen over wat hem niet gaat overkomen.
Niet nu.
Nu zit hij tussen de stoffer en het blik.

Natuurlijk heeft hij zin.
Zin in andere tijden.
En andere momenten.
En zin in….
zin in
vanalles wat.

De dromer klopt.
‘Kom eruit’
dan praten we erover.
Kom er uit en het stopt.

De denker weet dat het stopt.
Alleen niet nu.
Straks,
stopt het.
Straks,
straks ja,
eruit.
Straks,
maar eruit,
dat moet nog komen.

 
 

zou ze nooit doen april 14, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 21:13

‘Hoe raar zou je opkijken als iemand iets onverwachts zou doen?’ De dromer kijkt over het scherm van zijn laptop. De laptop is wit. Buiten is het zonnig.

De denker legt zijn boek op de bank.
Hermann Hesse. Het lange, het trage, het beeld. Hij kijkt naar de kaft waar een mooie tekening op staat. Bloemetjes, bomen en gras. Twee kinderen die met een rugzak op pad gaan. In de verte een kasteel, iets dichterbij een paard. Reis naar het morgenland. Het is een mooie kaft. De denker houdt van Hermann Hesse.

‘Hee?’ spoort de dromer hem aan. ‘Hoe raar zou je opkijken?’

‘Ik weet het niet’ peinst de denker. Een lichte frons verschijnt op zijn voorhoofd. Met zijn vingers tikt hij een enkele keer op het boek.
Dan zucht hij. ‘Het is geen eenling. Ik denk dat ze dat nooit zou doen.’

 
 

Die februari 21, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 13:47

‘Dus die vriendin, die was er ook. Die. Nu zeg ik weer ‘die’.’ De dromer hangt met zijn hoofd een paar centimeter boven de bar. Hij heeft nog een laatste bier besteld, maar die staat er al een half uur.

‘Je wordt er niet persoonlijker op, inderdaad.’ De denker knikt, en kijkt naar de bar en het hoofd. Hij neemt een slok.

‘Die man, die ex, die vrouw, die tuthola, die andere ex, die vriendin. Ik kan wel door blijven gaan. Wat moeten wij eigenlijk met al die mensen?’ De dromer kijkt op.

‘En’, zegt de denker, ‘behalve dat het onpersoonlijk is, is het tijdelijk. En ook een beetje negatief. Die vriendin. Je praat erover alsof je er vanaf wilt, en het liefst zo snel mogelijk. Wie is het eigenlijk?’

…..

‘Hallo?’

‘Wat?’

‘Wie die vriendin is.’

‘Oh, dat kan onderhand iedereen zijn.’ De dromer heeft zijn hoofd op de bar gelegd.
Hij krijgt een aai.

‘Ben je moe?’

‘Ja.’

‘Zullen we gaan?’

Zonder wat te zeggen stemt hij toe.

 
 

Voorjaar januari 31, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 11:14

‘Hier, daar heb je het weer. Tik!’ De dromer houdt zijn vinger omhoog.

De denker kijkt op van zijn krant, zijn frons glijdt langzaam van zijn gezicht.
‘Wat?’

‘Dat tikje. Van het koffiezetapparaat. Ik heb me altijd afgevraagd waar dat vandaan komt. Ik vraag me dat al af sinds…nou ik weet niet eens hoe lang.’

‘Oh. Nou, ik weet niet.’ Zijn ogen en zijn voorhoofd speuren naar artikelen die hij interessant vindt.

‘Misschien al wel toen ik nog een kind was. En we nog in het dorp woonden. Hypocriet waren ze daar zeg. Poeh.’

De denker legt een stuk krant op de ontbijtbordjes. ‘In een dorp? Zo’n dorp waar je vader op klompen liep en je moeder Elly en Rikkert draaide?’

‘Ja, en op zaterdag moest ik altijd gebakjes halen, die de hond vervolgens van de salontafel at.’
De dromer neemt een slok koffie. Hij pakt een stuk krant.

‘En je vader dronk koffie. Bij die gebakjes.’

‘Hm. Koffie en gebak, veulentjes, pas gemaaid gras, en de buren bemoeiden zich met onze zaken. En dat tikje dus.’

‘En het was alle seizoenen voorjaar?’

‘Als je de herfst en de winter buiten beschouwing laat wel ja.’

 
 

Thee en muisjes januari 9, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 11:03

‘Geef mij maar aan een ander.’ De dromer neemt een hap van een boterham met gestampte muisjes. Hij kauwt amper en slikt dan de hele boel in een keer door.
De denker roert in zijn thee. ‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, geef mij maar aan een ander.’ Hij zucht en neemt nog een hap. De muisjes stuiven naar de overkant van de tafel.
‘Waarom zou ik jou in godsnaam aan een ander geven? En los daarvan, hoe zou ik dat moeten doen? En los dáárvan, sinds wanneer ben je van mij?’ De denker staat op en zet koffie.

Het was laat gister. Te laat. Zo laat dat hij niet meer weet hoe hij hier terecht is gekomen. Maar gelukkig is het hier altijd, hier. Ook ’s avonds, ’s ochtends en de volgende dag. En de verwarming staat altijd op vierentwintig graden. En er is altijd koffie na de thee.

‘Ik ben niet van jou. En je mag me weggeven.’
‘Het had ook een ander kunnen zijn.’
‘Had ook, ja.’

‘Ik. Ik had ook een ander kunnen zijn.’
‘Ook. Maar jij bent jij.’

‘Gelukkig ja. Fijn.’
‘Ja, fijn.’


Klik: walking on a dream

 
 

Rolgordijn november 19, 2009

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 22:58

‘Tsja, dan wil ik gewoon weer alleen zijn.’
‘Voor altijd?’ De denker kijkt op zijn horloge.
‘Voor even.’
‘En dan?’
‘Dan gaat het weer over.’
‘En vind je het fijn met z’n twee.’
‘En vind ik het fijn met z’n twee.’
‘En dan?’
‘Dan is het weer over.’

Maar er kon nog wel een beetje bij.
Een beetje naar beneden
en een beetje naar boven.

 
 

Spijt (en bagagedrager .. als je luistert naar de wolken) november 8, 2009

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 19:02

‘Ik ben ongelukkig.’ De denker ligt met zijn hoofd op tafel.
‘Ow. Waar komt dat vandaan?’ De dromer schuift de laptop opzij.
‘Dat komt van het ongeluk.’
‘Nee, dat kan niet. Je bent ongelukkig met reden. Er moet iets zijn met een oorzaak.’
‘Zo zo.’
…..
‘Het ongeluk had nog wat ellende over en heeft dat over mij uitgestort. Dat is de reden.’
‘Oorzaak.’
‘Dat is de oorzaak.’
….
‘Dat kan ik me niet voorstellen.’
‘Is er niet iets wat jou ook ongelukkig maakt?’
‘Nee, dat niet. Maar ik heb tegenwoordig wel spijt. Echte spijt.’
‘Oh. En hoe komt dat?’
‘Dat komt doordat ik een tijd geleden iets stoms heb gedaan. En als ik het over mocht doen, dan zou ik het niet nog eens doen.’
‘Nee?’
‘Nee.’
‘Niet zoals de rest van je leven?’
‘Niet zoals de rest van mijn leven.’

De denker komt overeind. Bekijkt de woonkamer.

‘Is het roken?’
‘Nee het is niet roken.’
‘Is het verhuizen?’
‘Nee, dat is het niet.’
‘Dat schilderij. Daar moet je spijt van hebben.’
De dromer knikt van niet.

‘Een tijd geleden. Heb je er nu nog last van?’
‘Ja.’
‘Oh.’
….
‘En je kan het niet ongedaan maken?’
‘Nee. Hoe gaat het?’
‘Beter.’