RIEKSTER

dromen maar niet slapen

 

Nonde september 1, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 13:10

‘Ga ’s weg met die grote blauwe ogen van je.’ Met zijn hand maakt hij een wapperend gebaar, zoals je doet als er een vlieg om je hoofd zoemt.
‘Zeg, ik ben geen vlieg hoor, ofzo!’ roep ik verontwaardigd. Ik herken het gebaar van vliegen wegwapperen heel goed.
‘Ja ga dan weg!’ wappert hij. ‘Hup!’
‘Je kunt ook om me heen hoor’, mompel ik terwijl ik mijn tas om mijn schouder zwiep. Terwijl ik dat doe realiseer ik me dat ik helemaal geen zin heb om me zo te laten commanderen. Ik zet een stap terug naar waar ik stond. ‘Ik heb eigenlijk liever dat je om me heengaat.’ Met mijn handen in mijn zij blijf ik in de deuropening staan. Om mijn statement kracht bij te zetten, plaats ik ook nog een voet naar voren; mijn ‘ik sta hier prima-positie’.
‘Godnonde.’
Ik glimlach.
‘Godnonde’ zegt hij nog een keer.
Ik zie hem denken. ‘Kijk, een vlieg!’ wijst hij naar het plafond. Dan buigt hij zich voorover, pakt met een zwier zijn jas en mijn huissleutels uit de deur, glipt naar buiten en doet als een haas achter zich de deur op slot. Ik ben nog binnen.
‘Godnonde!’ roep ik.
‘Tot straks!’ roept hij nog.

 
 

Riekster krijgt er zin in een hoorspel van augustus 30, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 20:06

 
 

Riekster neemt haar Appeltje mee naar Oost-Duitsland augustus 26, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 23:09

Vanaf het moment dat ik in Nijmegen op de trein stap, ben ik op weg naar een concentratiekamp. Ik heb weinig bij me, maar de tas is toch zwaar omdat er een laptop in zit waarvan ik denk dat ik die wel kan gebruiken. Onderweg of ter plaatse, maar vooral aan het einde van de dag. Op m’n kamer.
Ik ben immers onderweg naar een concentratiekamp, en zo vertel ik dat ook aan de man die mij van het treinstation komt ophalen; ‘Ich habe meine laptop mitgenommen, für die abenden. Guck. Ich denke das ist sehr heftig, ein concentratiekampf.’
‘HO!’ sagt der Man die mir von Bahnhof hat abgeholt. Hij steekt zijn vinger op. ‘Het is geen concentratiekamp, het is een Memorial!’
Ow ow, ja ja, denk ik. Oké. Voormalig, oud, ex, concentratiekamp dan. Het woord ‘memorial’ gebruik ik niet, want dan heb ik het gevoel alsof ik de waarheid aan het verzwijgen ben. En hij dus ook. Wat raar is, want deze man doet al vijftien jaar zijn best om iedereen bewust te maken van alles wat er is gebeurd in de Tweede Wereldoorlog. En ik schuif hem even in de eerste minuut in zijn schoenen dat hij de geschiedenis ontkent. En ik spreek niet eens Duits. En dat in de nabijheid van een concentratiekamp. Oeh.

In het kamp aangekomen durf ik het bijna niet te zeggen, maar moet ik enorm naar de wc. De man zucht vriendelijk. De wc is om de hoek, naast de plek waar je cappuccino kunt krijgen. Lekker. Maar eerst de wc. Voor de spiegel zie ik dat het shirt met lange mouwen dat ik aan heb, eigenlijk niet zo mooi op het shirt met korte mouwen valt. Ik trek het wat rechter maar het blijft een beetje vreemd bobbelen en kreuken dus ik laat het maar voor wat het is. Want daar mag ik me niet druk over maken, in een concentratiekamp. Ook cappuccino mag ik niet drinken van mezelf, niet voordat ik heb gezien hoe het hier is, want het zal straks best heftig zijn, verwacht ik. ‘Dan ga je dán maar cappuccino drinken, Riekster’, spreek ik mezelf toe. ‘Als je straks van emoties overloopt.’

Ik plas en enkele minuten later lopen we koffieloos door de poort waarop Jedem das Seine staat. Ieder zijn Ding. Ieder zijn ding, maar wel op die manier dat ermee bedoeld wordt dat iedereen krijgt wat-ie verdient.
Achter het prikkeldraad loop ik via de ovens naar de haken waaraan Joden, homo’s, Sinti en Roma werden opgehangen. ‘Do you believe in ghost’s?’ vraag ik mijn gids terwijl we op de binnenplaats staan te kijken naar de plek waar ooit de lijken werden opgestapeld. ‘No’ antwoordt hij. Dat vind ik fijn voor hem, want ik word er daar nogal ongemakkelijk van. In het concentratiekamp. Ik denk aan The Boy in the Striped Pyjamas , het boek dat ik ooit in een ruk uitlas. Ik loop.
In het concentratiekamp. Het voelt bizar maar als de man mij vertelt dat er daar ruim 50.000 mensen zijn doodgegaan, moet ik denken aan Lowlands. Iedereen van Lowlands dus, zo ongeveer. Luguber, maar ik denk het, en het is waar.

En nu zit ik op mijn hotelkamer en ik heb het gevoel dat mijn tas naar as ruikt.
Maar dat zal wel niet.
Voor de zekerheid laat ik ‘m toch maar even op de grond bij de kast staan. Ik kijk een aflevering op Uitzending Gemist en ik typ een stukje op mijn Appeltje. Beneden in de Meeting Room zitten twaalf nonnen te vergaderen. Morgenochtend staat er weer eentje met mijn ontbijtje klaar. Lekker, broodje en koffie en yoghurt met suiker en cornflakes.
Ik kan wel zeggen dat het niet niks is.
Tijd om veilig en ongeschonden naar huis te gaan.

 
 

Natte voeten augustus 24, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 20:00

Ik lig gestrekt op de bank en op het nieuws laat een journalist zien hoe bar het is in overstroomd Pakistan. Onvoorstelbaar bar, en dat terwijl het de helft minder bar zou kunnen zijn als de rest van de wereld zijn portemonnee wat forser had getrokken. Ellende, daar in Pakistan.
Vervolgens schakelt de NOS over naar de ellende van de omgewaaide eikenboom van Anne Frank. ‘Niet te bevatten’, zegt de meneer op tv. Ik snap dat wel, dat die man helemaal overstuur is. Ja, die man is tenslotte al jarenlang voorzitter van het ‘red-de-eikenboom-waar-Anne-Frank-naar-keek-comité’. Enkele jaren geleden heeft hij met bloed zweet en tranen weten te voorkomen dat de boom door de gemeente Amsterdam zou worden weggehaald in verband met een ongeneeslijke ziekte. En nu, door een windvlaag, is de beste Boom tóch tegen de vlakte gegaan. Hoe kan dat? Ze hadden nog wel zoveel geld betaald om hem te laten stutten. Dat blijkt nu dus helemaal voor niets te zijn geweest. Ik begrijp dat die man totaal uit het veld geslagen is. Het is tenslotte toch een beetje je levenswerk. Ja, zo voelt het wel. Als levenswerk. Hij zou het wel zo durven zeggen. De man slikt zijn tranen weg als hij er aan denkt dat het echt zo is. Even kijkt hij ernaar, naar de boom. Maar niet te lang. Misschien later. Een mevrouw zegt ook nog voor de camera dat ze vandaag voor het eerst met haar dochter naar het Anne Frankmuseum is en dat ze haar dochter zo graag de boom had laten zien. Dat kon nu ook wel, maar nu was het toch wel anders, met die boom zo op de grond. Niet zoals ze het in haar hoofd had gehad. Ja, je verwacht het niet, maar als het eenmaal zover is, raak je er toch door uit het veld geslagen.
Je wilt het namelijk wel, daar gaat het niet om. Je wilt wel wat doen, maar ja, wat dan? Je weet het niet.
Ja, dat snappen ze zelfs in Pakistan.

 
 

Riekster komt tot de ontdekking dat het heel anders is augustus 22, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 23:02

Ik dacht altijd dat er tussen ‘nu’ en ‘later’ een mijlpaal zou staan waarop geschreven stond dat ik vanaf nú volwassen was.
Vanaf daar zou ik snappen dat je tussen al die snelwegen met je veilige wagen de weg weet. En de juiste afslag neemt.
Ik dacht altijd, dat alle volwassenen hetzelfde konden
en wisten. Wat nu was, en wat later.
Dus eigenlijk dacht ik altijd dat alle grote mensen hetzelfde waren.

 
 

Het glas (is verdomme… augustus 21, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 01:40

Toen ze weg was rende ik naar de tafel, stootte mijn teen aan de kast, rende, wipte een leeg wijnglas om, gleed, hupte en hinkte terug naar waar ik vandaan kwam, hield me vast aan de bank, stapte naast mijn sok, kleefde aan een zak chips vast, hield het, balanceerde, liep, tolde met een fles wijn in mijn hand naar de keuken en gooide gooide gooide de asbak leeg in de vuilnisbak.
En een fles cola er achteraan.
Daarna probeerde ik alleen nog de rook in de woonkamer diep in te ademen.

 
 

So the story goes (part 3) augustus 18, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 21:39

Ze stond met haar rug naar hem toe, maar hij herkende haar meteen.
Hij zou haar rug nog uit duizenden herkennen. Uit miljoenen, uit ontelbare momenten, al had ze langer haar, nu.
Al vielen haar krullen anders over haar schouders nu, en al was alles anders dan het ooit was geweest.

Ze praatte met iemand.
Aan haar houding kon hij zien dat ze met beide benen op de grond stond. Dat ze was waar ze was, dat ze met haar gedachten geen moment afweek van het gesprek. Ze praatte met iemand die in de put zat, dat kon hij zien.
Ze zei tegen die ander dat hij het moest laten, dat het de moeite niet was en dat het altijd wel weer een keertje goed kwam.
Want zo was ze.
Altijd helpen.
Ze was rustig maar niet passief.
Ze had overzicht en bewaarde haar evenwicht.
Ze raakte hem even aan. ‘Gaat het?’
Het ging.

Hij kon het niet zien, maar in haar ogen moest nu de blik verschijnen die hij vroeger bij haar zag.
De blik voordat hij ging.

 
 

Zes

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 09:55

Een paar weken geleden sprak ik met een vrouw die zei dat ze in haar vrije tijd het liefst spelletjes speelde. Maar ze kon niet tegen haar verlies, vertelde ze er meteen achteraan. ‘Welk spelletje dan?’, vroeg ik, nieuwsgierig geworden.

‘Oh dat maakt niet uit’, glimlachte ze. ‘Zolang het maar een spelletje is. En zo lang ik maar win.’
Ik keek haar onderzoekend aan. Door mijn hoofd ging een lijstje van Pesten, Backgammon, Supermario, Weerwolven en Triviant. ‘Nou vooruit’, vervolgde ze. ‘Het liefst speel ik Mens erger je niet.’

Mens erger je niet? schreeuwden mijn gedachten het uit, Mens erger je niet?! Maar ik hield wijselijk mijn mond. De stilte stelde mijn vraag van het waarom.

Ze grinnikte en draaide wat op haar flip-flops heen en weer. Toen keek ze me aan. ‘Bij zes kun je altijd opnieuw achter iemand aan.’

 
 

Hier moet ik nog iets mee maar ik schrijf de zin vast op augustus 13, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 13:15

‘# Het glas is verdomme half vol.’

 
 

De lovedoctor is terug augustus 12, 2010

Hoort bij: Algemeen, Lovedoctor — Riekster @ 19:11

Dan belt ze, en dan zegt ze: ‘Ga je mee koffie drinken?’