RIEKSTER

dromen maar niet slapen…

 

Eind naar start 10 maart 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 22:56

Vaak heb ik gedacht dat er een moment kwam.
Een moment waarop ik had gewacht
misschien zonder dat ik het wist,
maar stiekem
toch.

Het moment kwam,
alleen niet
zoals ik het voor me had gezien.

Het loopt altijd anders.

Het

loopt
(altijd)
(anders)
.

 
 

9 maart 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 22:52

In de drukte
liep zij alleen.
Tussen zwart en wit
gaf ze een vluchtige blik
en hief haar hoofd.
Niet bang
ging zij
haar eigen gang.

‘Wel een apart meisje’ zeiden ze.

 
 

Spaanders 8 maart 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 17:56

Hij hakt
en hij timmert.
Hij hakt en hij timmert zo hard
dat vanzelf
de weg
wegzakt
in het zand.

Zij staat erbij
en kijkt naar hem
met haar hoofd schuin
en haar handen
in haar broekzak.

Ze is iemand
die hem gewoon een beetje
laat aanmodderen.

 
 

Jammerrrrr 6 maart 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 21:50

Wonen in de benedenstad van Nijmegen betekent dat ik elke dag -tig keer De Berg op moet. Die berg is een weg die behoorlijk steil omhoog loopt, van de Waalkade naar De Rest van Nijmegen.
Ik fiets die berg. Tenminste, ik heb met mezelf afgesproken dat ik hem één keer per dag fiets. De andere keren op die dag mag ik hem lopen.

Staand op de trappers weet ik Het Eindpunt Grote Markt altijd ruimschoots te halen. Met zelfs nog een klein beetje vaart, maar zonder adem. Hop, hop
hop
hup
hop-hop.
Daar ga ik.
’s Ochtends vroeg zit er ook altijd een berg eenden op de berg. Ik denk dat ze het daar in de buurt van een put warmer hebben. Of dat er iemand is die elke ochtend door het raam iets naar buiten gooit. Bijvoorbeeld brood. Met die eenden moet ik tijdens mijn rit rekening houden.

Vanochtend vloog ik ook hoppend en staand -en slingerend om de eenden- de berg omhoog. Hop-hop, hop-hop.
Net als anders. Het enige rare was dat ik ging werken op zaterdag.
Helaas schoot halverwege de berg met een diepe zucht mijn ketting eraf.

Dat voelde een beetje als die keer dat ik met 6 flesjes Corona in mijn hand door het rode stoplicht vloog, van de pedalen afschoot en een hap asfalt nam.

Het oude vrouwtje ging
met haar rollator naar beneden.
Ze had al genoeg aan zichzelf
en keek van mijn klap
dus niet op.

 
 

Misschien 5 maart 2010

Hoort bij: Algemeen, Lovedoctor — Riekster @ 20:16

De lovedoctor en ik proberen al een paar weken aan tickets voor drie euro te komen.
Tickets naar een plek waar niets te doen is, en die ons ook niets kan schelen.
De lovedoctor en ik willen naar een vliegveld waarvan we zo op het eerste gezicht niet weten in welk land het ligt. We willen espresso’s en zon. En dat kunnen wij goed, de lovedoctor en ik. Espresso’s en zon.

De eerste keer dat de lovedoctor en ik een weekendje weg gingen, had ik net twee dagen mijn rijbewijs, en reden we hortend en stotend door noord-Nederland in de auto van mijn vader. ‘Ho ho ho hoooooo!’ waren de meestgebruikte woorden dat weekend. Heel veel ho om te zorgen dat we zonder brokken ergens zouden komen.
Ik kon het nog niet zo goed, toen, in mijn dode hoek kijken zonder het stuur te draaien.

Maar we kwamen er, in noord-Nederland, en we sliepen in een tent bij het water. Tussen de eenden die de gevallen spaghetti uit het gras aten.
De Counting Crows werden grijsgedraaid, dat jaar. Als het cassettebandje was afgelopen, begonnen we gewoon weer bij Round here.
We hadden geen haast.

Nu zoeken we tickets van drie euro.
Nu plannen we dat we straks niks nodig hebben.

Round here draaien,
daar.

 
 

Draak 2 maart 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 20:31

Ik had er zelf een punt achter gezet, ooit, en ik dacht bijna nooit meer aan haar. Toch stond ik op het station in Den Bosch te trillen op mijn benen.
Het ging zo:
Mijn vrienden zouden mij oppikken op het plein bij de uitgang en de roltrappen naar beneden.
Maar onder het mom van ‘een gokje wagen’ was ik op een andere plek gaan staan. Op een hoek van de straat, een stuk verwijderd van de Draak. Op de hoek waarvan ik dacht dat ze er langs zouden komen - mijn vrienden met de auto. Ik zou dan voor de auto springen en ‘hier ben ik al’ zwaaien, terwijl ze niet verwachtten dat ik daar zou staan. Leuk, leek me dat, mijn vrienden verrassen. Maar zover kwam het dus niet.

Terwijl ik stond te wachten en op mijn telefoon las dat ze waren verdwaald, liep een man voor mij bijna onder een bus. Hij had zijn auto voor mijn neus geparkeerd, stapte uit, keek niet, en bezorgde de buschauffeur bijna een hartstilstand.
Hij had het zelf niet in de gaten.
Maar de twee vrouwen die op hetzelfde tactische hoekje naast me stonden, wel. Eén van de vrouwen keek me aan: ‘Ja he, deze man is net aan de dood ontstapt en hij heeft het zelf niet in de gaten.’ ‘Maar wij wel.’ Lachten we naar elkaar. ‘Sukkel.’
Ze had een zwarte jas aan. Net als ik. ‘Hoi’ zei ze er met haar ogen nog even achteraan. ‘Hoi.’
Ik zou-niet-kunnen-vertellen-of-ze-bruin-of-groen-waren. Maar het was een oogopslag om in te verdrinken en te verdwalen.
Ik kende die ogen.
Ik kende die ogen.

Ik zag haar weer alsof het zomer was.
In de regen in Den Bosch mij een knikje gaf.
Zoals ze lang geleden één keer eerder had gedaan.
Hier, op deze straat.
Maar ze was het zéker niet.
Ik weet daarom ook niet waarom ik van die weke benen had.

 
 

Van wie is het 25 februari 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 18:00

Vanmiddag kwam het in een fragment voorbij, op de radio. Héél kort. De ene jongen wist niet van wie het was, maar die andere jongen, die wist het wel. Ik luisterde met gespitste oren.
Ik stopte te doen wat ik deed.
Van wie is het jongen, van wie is het, dacht ik.
Ik wachtte.
….
‘Moby,’ zei hij, ‘met go.’
Ik heb me héél vaak afgevraagd van wie dit nummer is.
Héél vaak.
En nu weet ik het.

 
 

24 februari 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 21:54

‘Ik wil niet met Beste worden aangesproken. Of Geachte.’ Ze trekt haar jas uit en gooit mijn witte wollen sjaal over de stoel. Ze heeft een mooi zwart jurkje aan, met bloemen erop. In dat jurkje loopt ze naar de koelkast, haalt er een fles wijn uit en schenkt een bel vol. ‘Jij?’ Ze houdt de fles omhoog.
Voor het gemak drink ik er eentje mee.
‘Ik bén onderhand mijn functie.’ Zegt ze. ‘Als ik vier minuten te laat ben zit twintig man mij aan te kijken, te wachten tot ik beslis wat er zal gebeuren. Ik haat fte’s.’
Ze neemt een slok, ze gaat zitten, slaat haar benen over elkaar en zegt: ‘Hoe is het met jou?’
En ik weet zeker dat ze het meent.

 
 

Stof en sneeuw 23 februari 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 14:36

De mevrouw achter de balie had liever sneeuw, zegt ze. ‘Ik had liever sneeuw.’

Ik niet. Ik ben blij dat het regent als ik naar huis fiets. Er zit een slag in mijn wiel, een frisse wind waait in mijn gezicht.
Koud.
Koud maar fris.
Het fietsen gaat moeizaam, maar ik kom vooruit.
De druppels blijven op mijn jas liggen. Sommige rollen een beetje heen en weer. Voor- of achteruit. Een enkeling valt op de grond. Ze glinsteren een beetje.

‘Dat kon je tenminste zo afvegen’, zegt de mevrouw over de sneeuw.
‘Water smeer je alleen maar uit.’

 
 

Die 21 februari 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 13:47

‘Dus die vriendin, die was er ook. Die. Nu zeg ik weer ‘die’.’ De dromer hangt met zijn hoofd een paar centimeter boven de bar. Hij heeft nog een laatste bier besteld, maar die staat er al een half uur.

‘Je wordt er niet persoonlijker op, inderdaad.’ De denker knikt, en kijkt naar de bar en het hoofd. Hij neemt een slok.

‘Die man, die ex, die vrouw, die tuthola, die andere ex, die vriendin. Ik kan wel door blijven gaan. Wat moeten wij eigenlijk met al die mensen?’ De dromer kijkt op.

‘En’, zegt de denker, ‘behalve dat het onpersoonlijk is, is het tijdelijk. En ook een beetje negatief. Die vriendin. Je praat erover alsof je er vanaf wilt, en het liefst zo snel mogelijk. Wie is het eigenlijk?’

…..

‘Hallo?’

‘Wat?’

‘Wie die vriendin is.’

‘Oh, dat kan onderhand iedereen zijn.’ De dromer heeft zijn hoofd op de bar gelegd.
Hij krijgt een aai.

‘Ben je moe?’

‘Ja.’

‘Zullen we gaan?’

Zonder wat te zeggen stemt hij toe.