Heterdaad

januari 26th, 2012

Met dat terugkijken kwam hij misschien wel dichter bij de toekomst dan hij ooit was geweest.
Misschien, want waar hij zat was het nu nog leeg en de geschiedenis had hem ooit een loer gedraaid.
Maar de vooruitgang die de vertraging had gebracht, de grond waarop de beslissing stond
-iets met zuurstof, iets met water, iets met aarde-
en de toekomst die er zelf niets specifieks van vond
daar wist hij nu van,
dat ie onverwacht kwam.
Zo eentje die je betrapt als ie voor je staat.

De stoel en geen tafel

januari 23rd, 2012

Hoewel iemand weleens een koffiekopje op hem zette, was de stoel geen tafel.
Hij stond soms naast de bank, dan konden de mensen hun boek op hem kwijt, of de krant
of een bril, als een man of een vrouw aan het einde van de middag moe was en even geen zin had om fris de wereld in te kijken.
Soms was hij ineens de plek waar de autosleutels lagen.
Hij kon het goed. Hij was er om prullen of dingen te dragen.
Hij was een goede stoel.
Maar het was geen tafel.

Van de nok en de zolder

januari 20th, 2012

‘Ik weet zeker dat ik het de vierde keer kan. Alleen die eerste drie keer, daar struikel ik over.’ Het is avond en de Denker staat op het dak. Beneden staat de Dromer hem op te wachten.
‘Wat?!’ roept de Dromer naar hem vanaf de grond.
‘Ik weet zeker dat ik het de vierde keer kan, alleen die eerste drie keer daar struikel ik over!’
‘Stuikel je over!?’ roept de Dromer hem van beneden toe.
‘Nee! Dat ik het kan!’ De Denker zucht. ‘Alleen,…’ Hij kijkt naar de pannen en naar zijn schoenen. Straks zet hij een stap over de rand naar de grond. Zijn voeten worden groter en groter.

De ziel gaat te paard

januari 17th, 2012

De eerste weken van het nieuwe jaar stonden in het teken van afscheid.
Afscheid van tijd, afscheid van gesloten ogen en met geknepen vuistjes vasthouden aan oude gewoonten, afscheid van angst om eerlijk te zeggen hoe het zit, afscheid van het leunen in keuzes die niet per definitie de beste zijn. Ha, jaja, mooie woorden Riekster, vandaag bedacht en morgen afscheid.
‘Maar de ziel gaat te paard’, zei Claudia de Breij gisteravond laat. Je kunt wel in een paar uur ergens heen vliegen en denken ‘nou hier ben ik dan’, maar de ziel, die gaat te paard.
Daar zag ik wijsheid in. Want wat mijn hoofd had bedacht, viel mijn ziel stiekem toch iets zwaarder, zo vers in het begin van het nieuwe jaar met al die stappen voorwaarts.
Vooruitgang met de tijd.
Ik ging maar eens bij de mijne te rade. Ging ie per vliegtuig of te paard?, mijn ziel.
Te paard.
Een fris paard, eerlijk en fier, eentje dat eet van knalgroen gras.
Een paard dat naar boven kijkt als mijn hoofd per raket voorbij raast.
Een paard dat in het nieuwe jaar één stapje zette
van waar hij was.

Zoveel uur met…

januari 12th, 2012

Ziek! Snel terug!

Alle jaren

januari 7th, 2012

Bij elk biertje dat we dronken kwamen er twee jaren bij. Weer twee jaar dat we elkaar niet hadden gezien. En bij elk biertje bedacht ik me ook dat ze steeds verder van me weg was verhuisd. Niet om mij hoor, zeker niet om mij. Maar wel verder. Verder van mij. Grappig, bedacht ik me toen ik weer een slok nam. Op de een of andere manier kreeg ik er een baldadig gevoel van, dat steeds verder weg verhuizen.
‘Ben je eigenlijk nog steeds met dezelfde?’
Dat was ze.
Bagger, dacht ik stiekem.
‘Bier?’
‘Ja.’

Het was mooier geweest als we elkaar op het station hadden wedergezien, eerlijk is eerlijk. Maar zo moet je niet denken, want na zes, acht vierentwintig jaar was dit ook heel bijzonder.
Vierentwintig jaar. Of misschien waren het er twaalf, of een helft van dat. Ach, het kwam allemaal zo onverwacht, dat toen ze eenmaal weer tegenover me stond, alle jaren verdwenen waren.