Warning: "continue" targeting switch is equivalent to "break". Did you mean to use "continue 2"? in /home/riekster/public_html/wp-includes/pomo/plural-forms.php on line 210
RIEKSTER » page 2

Motel Rotterdam

Onder de regen
ligt een dekbed van wegen
gepoetst en gestreken
voor me.
Ze brengt me in een rechte lijn naar
de stad vanwaar ik kwam.

Met de lichtjes van mozaique
blijft de plek waar ik ben
fris
achter me
ze noemt zich van water tot vasteland,
alles wat het hebben kan,
motel Rotterdam.

Iemand
leidt mij naar de Waal,
waarlangs ik vanavond nog
met een ommezwaai
mijn straat in draai.

Hier ben ik
de dag in mijn rug,
dag brug,
ik ben terug.

Het papier

‘Wat is er met jou aan de hand?’
‘Niks? Hoezo?’
‘Wat heb je in je handen?’
‘Papier.’
‘Wat voor papier?’
‘Papier voor m’n kaft.’
‘Is dat niet een beetje weinig?’
‘Het zijn monsters.’
‘Monsters?’
‘Samples. Proefdingen, om thuis te vergelijken.’
‘Oh, die monsters. Leuk.’
‘Ja, maar het voelt een beetje als gordijnen kopen.’
‘Hoezo, gordijnen zijn toch gordijnen?’
‘Nou, nee hoor. Gordijnen heb je in allerhande lelijke varianten.’
‘Oh. Lelijke gordijnen. Ja. Nou ja, papier is in elk geval gewoon papier.’
Ik grinnik. Ik heb zeker vier kleuren wit en tien diktes in mijn hand, maar besluit niks te zeggen en spring op mijn fiets en race naar huis. Binnen leg ik op de keukentafel alle mogelijkheden in het juiste licht naast een proefdruk van mijn boekje. Met een frons in mijn voorhoofd probeer ik een keuze te maken.
Ik heb m’n jas nog aan.
Met een schuin oog bekijk ik mijn gordijnen.

Abonnement

Het verneukeratieve is
dat je het niet kon afkijken van een ander.
Je kon het niet kopiëren, je kon het niet uit je hoofd leren,
je kon je eerste stappen niet herhalen totdat je uitgeoefend was
om pas na de generale repetitie over te gaan op de beste aanpak –
in je eigen leven, waar je op een onhandige manier
een abonnement op hebt.
Nee je kreeg je eigen kans één keer
starten en haperen was het,
en daarna kon je hetzelfde nog weleens proberen,
maar dat was dan de tweede keer.

Maar schat, je hebt een strippenkaart,
een strippenkaart van honderd jaar
van mij mag je er wel tachtig haperen
en die andere twintig ook, als het moet
het is me om het even.
Het is me om het even
en ik ken trouwens iemand
die ook
een onhandig
abonnement heeft op jouw leven.

Het feest

‘Ik word er altijd een beetje verliefd van, van avonden zoals deze.’ De Dromer staat tegen een kast geleund en eet een zak chips leeg. Zojuist heeft hij ook bladerdeeghapjes gehad. Hapjes waarvan hij de herkomst niet helemaal kon herleiden. Hij denkt iets met olijven.
Hij kijkt naar de mensen.
‘Ik ken hier niemand,’ zegt de Denker.
‘Nee,’ zegt de Dromer, ‘ik ook niet. En het maakt me gelukkig.’
‘Wat maakt je gelukkig?’ vraagt de Denker.
‘Het zijn mensen aan wie ik kan zien dat het goede mensen zijn.’
De Denker kijkt om zich heen. ‘Ook al ken je ze niet?’
‘Ook al ken ik ze niet.’
‘Oh.’ De Denker kijkt om zich heen. Hij weet niet waar de Dromer dat aan kan zien.
‘Ik denk dat ik ze morgen als ik wakker word, allemaal een beetje zal missen,’ zegt de Dromer.
De Denker neemt een chipje. ‘Allemaal?’
‘Allemaal. De mensen die er zijn en de mensen die ik mis.’

Het buiten en het einde

Als het niet lukte aan de binnenkant, dan moest hij het maar proberen aan de buitenkant, zei ze altijd.
Hij hechtte waarde aan haar woorden en dus zat hij elke zaterdag in het café, in kleren die zij leuk vond.
Dan dronk hij wijn en las de krant en dan bestelde hij kaas.
Soms sms’te hij haar. Of ze even komen kon, want dat van die buitenkant, dat was lastig soms.
Maar ze kwam nooit. Wel schreef ze meestal iets terug, met haar telefoon.
‘In the end,’ schreef ze dan,
‘everything will be ok’ schreef hij dan terug.
‘If it’s not ok,’ schreef ze dan,
‘it’s not the end,’ schreef hij dan terug.
Hij was altijd wat verward, als hij dat las. En meestal nam hij er dan nog een.