Land of water

‘Eet deze nog even op’ zei mijn moeder bij ons laatste ontbijt in het sterrenhuisje.
(Op onze eerste avond in het huisje sms’te ik iemand dat ik sterren zat te kijken voor ons huisje, toen heette het ineens het sterrenhuisje, lief als je het mij vraagt.)
‘Eet deze nog even op’ zei mijn moeder dus. Ze hield het laatste plakje kaas in de lucht.
‘Hoef ik niet’ , antwoordde ik.
‘Ach, eet het nou even op.’
‘Nee, ik hoef het niet. Eet zelf maar.’ Ik las geen krant, ook geen Viva en ik had ook geen bordje yoghurt met dingetjes erin voor mijn neus, zoals je misschien zou verwachten bij een ontbijt met je moeder. Ik keek haar gewoon aan. Ik hoefde het niet, want ik had al twintig aardbeien op.

‘Nou, jij hebt de oorlog ook niet meegemaakt.’
‘Jij ook niet!’
En we lachten.

In het sterrenhuisje was het fijn.
Maar we waren er niet de hele tijd. Een paar kilometer verderop hadden ze een toeristische attractie gemaakt die ze Land of Water hadden genoemd. Het was niet duidelijk of dat nou Engels of Nederlands was, en dat maakte het gaaf. Overal wapperden vlaggen met Land of Water erop. Ze wapperden op het land, en op het water.
Met een bootje gingen we erheen.
Wapper.
Andere bootjesvaarders zwaaiden.
Wapper.
Op de dijk dronken we cappuccino en we aten grootmoeders appeltaart.

Echt zijn is

Een dag vooruit waar de week niet is.

Klussende mannen in mijn huis

‘Lukt het?’ Vraag ik vanachter mijn beeldscherm.
‘Ja hoor. Maar heeft u misschien een stofzuiger?’ De jongen met de Björn Borg onderbroek kijkt als een echte klussende man wat onhandig om vanuit de hoek. ‘Dan kan ik hier even die, kijk…’
‘Ohja. Ja. Heb ik. Maar, uh, ja. Het is zo….’
‘Is het er een met gebruiksaanwijzing?’
‘Jaa, nou. Het is een Chinese. Dus dan moet je even die stekker daar, nee, die, ja, die. Die moet je er even uithalen, maar dan moet je dat witte ding erin laten zitten. Anders past het niet.’

‘Heb je die op internet gekocht, ofzo?’
‘Nee, dat niet, ik heb een tijdje in China gewoond, en toen ik terug naar Nederland kwam heb ik de stofzuiger ook maar meegenomen.’ Ik grinnik een beetje. Dit klinkt belachelijk. Je stofzuiger meenemen uit het buitenland. Met een verkeerde stekker.
‘Oh. Oke.’ De jongen gaat stil verder met het blazen van de glasvezelkabel en het monteren van de modem. En straks wordt er gelast. Als ik het goed begrepen heb.

‘Uhm, straks he, als je klaar bent. Wat voor telefoon moet ik dan kopen? Kan dat gewoon elke telefoon zijn? Van de Kijkshop bijvoorbeeld?’
‘Ja, het is straks gebruiksklaar dus je moet even bellen en dan drukken ze op een knopje.’
‘Oh. Oke.’
Ergens heb ik het gevoel dat ik niet helemaal antwoord heb gekregen op mijn vraag.
‘Maar uh, straks he, als ik dan een telefoon ga kopen. Kan dat dan élke telefoon zijn?’ Ik weet de vraag ook niet anders te stellen, vrees ik.
‘Volgens mij wel.’
‘Oke.’

Ik voel me een huisvrouw.
Niets bijzonderder dan alle andere mensen.
‘Wil je koffie?’
‘Nee hoor, bedankt.’
‘Een sigaret?’
‘Ja, lekker.’
Zwijgend en rokend gaan we ieder met onze eigen bezigheden verder.
Ik vind het fijn dat ik straks eindelijk weer televisie heb. Ik ben blij met hem in mijn huis.

‘En zo’n coaxkabel, die kan ik straks toch gewoon doorknippen?’
‘Wel als er een F-Connector op moet.’
‘Oh. Een F-Connector. Oke.’

Zand erover

Terwijl ik boos en gefrustreerd naar huis fiets, krijg ik in mijn tas een sms. Ik lees hem pas als ik in mijn joggingbroek met een kokend hoofd en een halve fles witte wijn aan de keukentafel zit. ‘Sorry.’
O.
Daar had ik even niet aan gedacht.
Dat er een sorry zou komen.
De tranen staan nog in mijn ogen.
Ik lees hem nog eens. ‘Sorry.’ Het staat er echt.
Hoeveel lulkoek mag iemand je verkopen om er nog mee weg te kunnen komen?
Ik kies.
Twijfel,
en kies.
‘Zand erover.’

Riekster is jarig

Hiep voor 2007,
hiep voor 2008,
en
hiep voor 2009!
Riekster eet een taartje met drie kaarsjes.

Een hart om voor thuis te komen

Ik weet alleen niet precies waar iedereen nou moet gaan wonen.