Land of water

‘Eet deze nog even op’ zei mijn moeder bij ons laatste ontbijt in het sterrenhuisje.
(Op onze eerste avond in het huisje sms’te ik iemand dat ik sterren zat te kijken voor ons huisje, toen heette het ineens het sterrenhuisje, lief als je het mij vraagt.)
‘Eet deze nog even op’ zei mijn moeder dus. Ze hield het laatste plakje kaas in de lucht.
‘Hoef ik niet’ , antwoordde ik.
‘Ach, eet het nou even op.’
‘Nee, ik hoef het niet. Eet zelf maar.’ Ik las geen krant, ook geen Viva en ik had ook geen bordje yoghurt met dingetjes erin voor mijn neus, zoals je misschien zou verwachten bij een ontbijt met je moeder. Ik keek haar gewoon aan. Ik hoefde het niet, want ik had al twintig aardbeien op.

‘Nou, jij hebt de oorlog ook niet meegemaakt.’
‘Jij ook niet!’
En we lachten.

In het sterrenhuisje was het fijn.
Maar we waren er niet de hele tijd. Een paar kilometer verderop hadden ze een toeristische attractie gemaakt die ze Land of Water hadden genoemd. Het was niet duidelijk of dat nou Engels of Nederlands was, en dat maakte het gaaf. Overal wapperden vlaggen met Land of Water erop. Ze wapperden op het land, en op het water.
Met een bootje gingen we erheen.
Wapper.
Andere bootjesvaarders zwaaiden.
Wapper.
Op de dijk dronken we cappuccino en we aten grootmoeders appeltaart.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *