Dat de kastdeur in volle vaart op mijn hoofd kletterde, deed niets af aan de schoonheid van het busje.
Omgebouwd tot campertje, blauw met wit, je zou zeggen dat het een Volkswagentje was.
Op bepaalde plekken wat beter in zijn voegen dan op andere.
Schuivende raampjes.
Met een bult op mijn hoofd, de koffie in een thermosfles, en de ranja ook, gingen we op weg. Links, rechts, links, de mensen wuifden en zwaaiden, keken ons na en staken duimen op. Ik stak mijn duim op, we toeterden een keer, nog een rondje nog een rondje.
Ik zag een bekende en wilde zeker weten dat hij mij ook zag.
Mee. Mee? Wil je mee? Bekende mee.
Nog een bekende. Ook mee.
Als een ware Little Miss Sunshine zagen wij de weg, de wereld, de stralende zon.
Op het dashboard stond een varkentje. Die hadden ze gevonden. En vastgelijmd.
Om mascotte te zijn.
Zo wil ik het ook
Liever trouwen dan doodgaan
Het klinkt luguber, maar als het me allemaal te lang duurt – de trein, niet kunnen slapen, wakker worden maar niet opstaan, fietsen in de natuur – dan ga ik mijmeren over liedjes op mijn begrafenis.
Het is niet dat ik dood wil, maar ik kan me zo een uur vermaken met de voorstelling van mezelf in een kist. Met welk nummer moeten ze beginnen, zodat iedereen weet dat het om Riekster gaat?
Wat komt dan?
En welk liedje komt daarna?
Zouden ze wel de juiste mensen om advies vragen?
Het zit ‘m natuurlijk in die iPod die ik dan op mijn hoofd heb, en waarop ik mijn favorieten heb staan. Maar soms ook niet, en soms verander ik ineens en wil ik niet alleen maar Damien Rice, maar ook Get Together van Madonna. Of de helft van die bekendste van Tiësto, ook gaaf. Een nummer van de gay top 100. Dave Matthews en Tim Reynolds. Mijn bruiloftsmuziek. Mijn bruiloftsmuziek!
Vergeten jullie mijn bruiloftsmuziekje niet?
Ik kan het hier natuurlijk niet schrijven. Wat ik precies wil en wat niet.
Maar de vrolijke noot mag wel.
Mijn bruiloftsmuziek!
Fort
‘It reminds me of George Orwell’s Animal Farm.’ Zeg ik. In het Engels.
En voilá,
ik heb zojuist in enkele seconden de trots van Rusland beledigd door een standbeeld met dieren van Tjechovs boek te vergelijken met een van de meest beledigende boeken over Rusland.
Ik heb het al gezegd. Ik weet dat ik het al heb gezegd.
Het bloed stijgt naar mijn hoofd. Nog meer bloed stijgt. Ik wist niet dat ik zoveel bloed had.
Waar is mijn verstand?
Ik hoop dat Dimitri de Rus voor in de auto het niet heeft gehoord. Hij reageert niet.
Hij zegt niets.
Voorin blijft het stil.
Ik vermoed dat hij broedt op een passend antwoord, eentje die tekent voor zoete wraak en mij een genadeloze draai om de oren geeft. Maar het blijft stil, en uiteindelijk praat hij verder over standbeelden. Standbeelden, nog meer standbeelden en nog meer standbeelden. Van mensen of dingen die belangrijk zijn voor Rusland. Of geweest.
Ik denk dat ik het nu wel durf te zeggen; het interesseert me geen reet. Of in elk geval weinig.
Zou hij het niet hebben gehoord? Of zou hij het zijn vergeten. Of kent hij het boek niet en heeft hij het gewoon niet begrepen.
Ik heb zojuist Tsjechov beledigd met Animal Farm. How low can I go?
Ieders wraak is zoet. Die avond maakt collega per ongeluk een strafbaar handgebaar en na een afkeurende blik over mijn goddeloosheid, degradeert Dimitri alle homoseksuelen tot criminelen, zonder dat hij weet wie er voor hem zit.
Animal Farm, handgebaar, homoseksuelen.
Rusland is meer dan een haperende Lada.
Meer dan stof. Meer dan platgeslagen hoofden en waterige ogen.
Het is een fort, groot, imponerend, intrigerend, politiek bijzonder, enzo.
We begrijpen geen flikker van elkaar.
Hij met een schuddend hoofd,
ik die op een homofeest sta.
En na het passeren van de douane…..
home….
sweet….
(En wie is dit? Zou John Denver aan de wieg van Idols hebben gestaan, zonder dat hij het wist?)
Eyes wide open
Terwijl de taxi zich onhandig tussen de moskeeën door richting het vliegveld manoeuvreert, vraag ik me af waar de ruis is.
Ik hoor hem zo duidelijk niet, dat ik me afvraag wat ik mis.
Of eigenlijk, dat ik me afvraag wat me zoveel energie geeft.
De wind waait door het raam, door mijn haren, de chauffeur rookt een sigaret. Met een steelse blik kijk ik in zijn spiegel mee.
Alweer een mooie avondzon.
Een kriebel in de buurt van mijn hart.
Als iets helend is gaat het jeuken.
Ik glimlach.
Bij het laatste gebed van de dag moeten wij nog naar Rusland. Het is de vraag of we dat gaan halen.
We halen het.
We stijgen, vliegen, dalen, en als we weer met beide benen op de grond staan, schieten we in een witte stotterende Lada over het Russisch beton.
Een kriebel.
Ik weet waar ik wil zijn.
Ik weet waar ik ben en waar ik was.
De ruis voorbij.
Riekster denkt en droomt
Waarom zou ik mijn leven ineens wél op orde hebben als ik niet rook?
Je doet het niet, omdat een ander daar iets van vindt.
Je doet het niet.
Waarom doe je het niet?
Op het terras zit een oude vrouw, dronken, te huilen.
Niemand die haar troost.
Je denkt het wel.
Maar voor je het weet.
Wanneer stopt het, als je ergens aan begint?
