Je moet je hart
‘Ik vind dat ik teveel over mezelf praat.’
Hij zit op de kast, met zijn benen bungelt hij tegen de deurtjes. Zijn hoofd in zijn ene hand, een sigaret in de andere.
‘Oh.’ Ik hang op de bank. Mijn voeten liggen op tafel, een fles wijn staat ernaast. Ik ben benieuwd hoe lang nog.
Er zijn al veel glazen op die manier gesneuveld, altijd in duizend stukken.
Dat krijg je van Ikea. Rommel zorgt voor zorgen in het leven.
‘En nu weer. Nu praat ik weer over mezelf.’
‘Nou en.’
Ik stoot de fles om, sneller dan verwacht. Ik vang hem op met een voet.
De denker moet van de kast, pakt de fles van mijn voet en schenkt zichzelf nog eens een bel vol.
Onderweg naar boven geeft hij mij een aai over mijn bol. En een zoen op mijn kruin. Daar waar ik het fijn vind.
‘En ik heb ook geen geduld.’
‘Dat is zo. Maar ik heb ook geen geduld.’
‘Nee. Dat is waar. Dat is fijn.’
‘Ja. Fijn.’
Stilte.
‘Je mt je art knie mrzo bij iema in bewaing geev.’ Ik prop mijn mond vol met druiven en kaas.
‘Wat?’
‘Je moet je hart ook niet maarzo bij iemand in bewaring geven.’
We lachen.
Soort van.
Slaags
Op de hoek van de stoep
ligt een tegel
scheef.
Als je struikelt
lig je in een andere straat.
‘t Is niet de mijne.
Het is die van hiernaast.
Dromer
Wat hij tekende was niet wat hij in gedachten had gehad.
Ookal had hij het plaatje goed in zijn hoofd.
De scheve lijnen stonden iets rechter dan de bedoeling was,
geel was anders geel en rood anders rood.
Hij moest stil zitten.
Goed kijken.
Het maken, zoals het hoorde.
Scheve lijnen,
rechte,
het echte geel en het juiste rood.
Het lukte
net
niet.
Maar als hij even wachtte,
zou dat wel komen.
Speelkwartier
Nu het dan toch donker en wolkerig was, konden we er net zo goed maar het beste van maken.
Zij was klaar, ik moest beginnen, we hadden een bar, een kassa, een handhold (dat is zo’n computertje waar de terrassers hun bestelling op kunnen intoetsen, de bestelling komt vervolgens op onverwachte momenten bij de bar uit het apparaat, niks voor mij), de handhold dus, en de buren. En de buren en wij zitten op hetzelfde systeem.
Negen koffie verkeerd naar tafel 34.
Nog een keer negen koffie verkeerd naar tafel 34 van de buren.
Een meloenthee naar 46. Een Chouffe met 5 klontjes suiker naar 58 en nog ‘s die negen koffie verkeerd.
Naar 34.
We konden ook poep sturen. Dat moest dan via de kassa binnen. ‘Poep!’ stuurden we naar de buren. ‘Kuttekoppen!’ kregen we terug. En we moesten lachen dat de klant aan de bar dat zag.
Ach ja.
En dit moesten we tien keer draaien.
Gewoon, omdat we geen haast hadden.
En het woensdag was.
We geen haast hadden.
En het woensdag was.
