Gehandicapt

Ik heb mijn stuk van gisteren nog niet geschreven, of ik loop door het bos en op een stenen huisje staan de letters gedrukt: De vraag is niet waar je heen gaat, maar waar je bent.

Nou vooruit dan. Vandaag ging ik nergens heen. Ik was alleen maar. Mijn auto reed, maar ik was in mijn auto. Op weg naar mijn vader, mijn broertje, zusje, en het eendenkuiken dat ze hadden gevonden. Het officiële verhaal van dat eendenkuiken was dat het was verstoten door zijn moeder, maar wie weet hadden ze het wel gewoon gepikt. Dat zou zomaar kunnen. Ik zou het zelf niet hebben gedaan, maar mijn broertje en zusje zijn tot dat soort dingen met gemak in staat.
Ik was er in ieder geval. Bij hun, en het eendenkuiken. Het eendenkuiken was ienieminie, en ik denk dat het morgen dood zal zijn, maar nu leefde het. Het leefde, het trilde en het beefde en het piepte een beetje, en mijn zusje van negen pakte het op aan zijn pluizige haartjes. Als ware het een konijn.
Het kreeg slagroom als avondeten en ik heb zo mijn vermoedens dat het liever niet bij mijn zusje wilde zijn.
Maar er viel op dat moment weinig aan te veranderen. Zonder moeder kom je in de natuur niet ver, tenslotte.
Dus moest het blijven. Eerst de halve dag op een glazen tafel, maar daarna in een doos met een lap en een favoriete knuffel. Op het label van die knuffel stond een naam waar ik om moest lachen. Ik heb er herinneringen aan. Bij die knuffel zou het eendje vast en zeker lekker slapen.

Na het eten was het mooi geweest en ging ik naar huis.
En ik was in mijn auto.
Door de regen fietste ik, en ik was in de regen.
En nu, nu ik hier achter mijn Appeltje naar een herontdekte cd luister, ben ik hier.
Aan tafel op een stoel.
Nergens heen.
Hier.
Stil.
Zonder kuiken.
Of iets wat er op lijkt.
En toch vooruit.

————-

(Het muziekje dat ik hierbij wilde plaatsen is helaas niet te vinden op internet. Wat kan een mens zich toch snel gehandicapt voelen, deze dagen….)

Ik en mijn nieuwe Coldplay EP-cd

(Osaka Sun Mix) staat er achter Lovers in Japan.
Daar moet ik op zondag dan toch om lachen.
Dat moet een grap zijn.
Dat moet.
Lovers in Japan (Osaka Sun Mix).
Dat kun je niet maken.
Fijn.

Rapen

Met onze verschrikkelijkste kater ooit konden we niet anders dan de zaterdagplannen laten voor wat ze waren, en verzamelen op het terras.
Om de stukken avond op fatsoenlijke wijze weer bij elkaar te rapen.
Bleek dat we het over seks in het vliegtuig hadden gehad. En over een stappenteller voor mezelf omdat ik altijd te hard van stapel loop.
Dit laatste is helaas nogal eens waar. Als ik iets eenmaal in mijn hoofd heb, dan vergeet ik dat er na een dag, gewoon nog een dag komt. Ga ik lopen rennen, terwijl ik weken de tijd heb. Om te komen waar ik heen wil.
Te enthousiast.
Elke dag een stap.
Elk uur een stap.
Rennen.
Struikelend naar later.
Rest
slechts de kater.

Het meisje dat pak die pauze promoot

Dat ze het liever gisteren dan vandaag zag, nam niet weg dat vandaag ook nog mag.

Vanwege mensen

You need to take a good look at yourself.
Anouk brult uit de boxen het asfalt weg terwijl ik over de A325 richting Arnhem rijd. Onder het Matserviaduct door, langs het Gelredome, de Pleyroute richting de stad van mijn ouders. Daar waar ik geboren ben, waar het kaartje met een extra zusje en dochter van de pers kwam in de drukkerij van mijn vader.
Mijn moeder die zo ziek was, ik die wekenlang huilde.
Klein.
Daar woonden wij.
En zo dachten de mensen.

28 Jaar later zit ik te vaak achter de computer naar hetzelfde scherm te kijken.
Het is beter om niet te lang thuis te zijn.
Ik rijd naar het noorden, hoewel ik ook graag naar het zuiden wil.
Naar een stad die ik romantisch vind,
naar grachten, een watertje, een plein.
Nieuwe werelden,
om dromen te wensen.