Bang gelukkig en blij

19:04 uur.
Terwijl ik tussen de verhuisrommel mijn rugzak probeer te vinden, stuit ik prompt op een flightbag. Die is niet van mij. Hm. Wel handig. Er hangt een label van een vlucht naar een ander land aan, een land waar ik ben geweest en een vlucht waar ik ook ‘op’ zat.
Er hangt ook een slotje aan. Het slotje is dicht en om de zak te openen, moet die open. Ik heb geen idee van de code. Het zal wel een geboortedatum zijn. En dan in drie cijfes.
Mis.
Ander jaar.
Mis.

19:20 uur. ‘Hey lieve M. wat is de code van het slot van je flightbag? Kus!’

19:34 uur. ‘Hey! 199 hoezo? Ga je op vakantie? Wanneer gaan we weer sporten?’

19:37 uur. ‘Ff naar Roemenië! Maandag? Kus!’

19:46 uur. ‘Top! Maandag moet lukken, zoen M.’

Nu moet ik zeggen, ik hou van communiceren. Moeilijk, makkelijk, met andere mensen liever overzichtelijk, mensen die antwoorden geven waar je iets mee kan. Niet half, niet een beetje, niet ‘niet’.
Maar zo makkelijk, daar word ik bang, blij en gelukkig tegelijk van.

Bar en gaar

We lachen als we elkaar zien. Blijkbaar staan we al zeker tien minuten op nog geen meter van elkaar, en dat terwijl het toch echt niet druk is.

‘Ha.’

‘Ha.’

‘Hoest?’
We kijken elkaar zuchtend aan. Het is half drie overdag en we zien eruit alsof we een week niet hebben geslapen. Voor mij voelt het in elk geval zo, bij haar is het bijna waar.
Ik sta een beetje aan het daglicht te wennen in het gras.
‘Ik had een zonnebril mee moeten nemen. Vergeten.’

Ze lacht, met poppetjes in haar ogen.
‘Ik schaamde me net wel een beetje, toen ik langs de bar liep.’

‘Ja. Dat kwam voor mij ook een beetje onverwacht.’
We grinniken.

‘We waren wel leuk toch? Denk ik. Of was het, ‘te’?’

‘Nee hoor. Tuurlijk.’

‘Oh.
Dat is geen antwoord he?’

‘Nee.’ Ik grinnik.

Poppetjes in haar ogen.

Johan speelt.
We blijven een beetje richting podium staren.
We grinniken.
Het is weer mooi.
Gelukkig is het na vanavond klaar.

Hamers en kabouters

Schoenen in het zand en plu in de lucht!

Breekbaar mooi

‘Het is net alsof ze daar bovenin blijven hangen’
wees Marike Jager haar tonen na, richting bovenin de kerk.
Je zou de lieve Heer er bijna voor bedanken.