We lachen als we elkaar zien. Blijkbaar staan we al zeker tien minuten op nog geen meter van elkaar, en dat terwijl het toch echt niet druk is.
‘Ha.’
‘Ha.’
‘Hoest?’
We kijken elkaar zuchtend aan. Het is half drie overdag en we zien eruit alsof we een week niet hebben geslapen. Voor mij voelt het in elk geval zo, bij haar is het bijna waar.
Ik sta een beetje aan het daglicht te wennen in het gras.
‘Ik had een zonnebril mee moeten nemen. Vergeten.’
Ze lacht, met poppetjes in haar ogen.
‘Ik schaamde me net wel een beetje, toen ik langs de bar liep.’
‘Ja. Dat kwam voor mij ook een beetje onverwacht.’
We grinniken.
‘We waren wel leuk toch? Denk ik. Of was het, ‘te’?’
‘Nee hoor. Tuurlijk.’
‘Oh.
Dat is geen antwoord he?’
‘Nee.’ Ik grinnik.
Poppetjes in haar ogen.
Johan speelt.
We blijven een beetje richting podium staren.
We grinniken.
Het is weer mooi.
Gelukkig is het na vanavond klaar.