Vorig weekend kreeg ik een cd met daarop Boudewijn de Groot. Dat vond ik mooi.
En mijn moeder vond het leuk dat ik ‘m in de auto draaide terwijl ze mij vanuit de voortuin uitzwaaide.
Vanonder de eikenboom.
Vandaag ben ik nog één dag negenentwintig.
Niet dat ik dat erg vind, negentwintig-af
maar het is toch iets wat ik vandaag nog dertigduizend keer zeggen wil.
Dertigduizend keer negenentwintig, dertig, negenentwintig, negenentwintig, duizend, tig.
Je voelt er niks van, dertig-plus of dertig-min.
En toch wordt me door de tijd iets opgedrongen
wat voelt als haast en einde
en tijd en rennen en weer een nieuw begin.
Geen nieuw begin, maar een gestaag doorstromen van wie je bent, als al het water van de Waal samengebald in een enkel moment; twintig, dertig, tachtig, leeftijdsloos ineen. De jaren in de dertig zijn prachtig, met meer schoonheid en kracht en rust dan voorheen. Hiep, Riekster, vandaag. Hiep!
Dankjewel lieve Impa, voor dit mooie woordencadeau!