‘Maar het hoeft niet.’ De vrouw naast mij praat. We fietsen samen van het ene naar het andere café. Het is warm. Of nee, het is niet warm, het is vooral heel lekker, want het waait een beetje en op de achtergrond hoor ik jazzmuziek.
‘Wat hoeft niet?’ Ik kijk op van mijn stuur.
‘Je hoeft niet te kiezen voor wat je jezelf hebt opgedragen.’
Ik zet mijn zonnebril af en kijk achterom naar mensen die we net tegenkwamen. ‘Nee,’ zeg ik. ‘Dat hoeft inderdaad niet.’
We fietsen de straat uit. We gaan naar links en naar rechts, een heuveltje op en weer een stukje naar beneden. In de verte verschijnt het volgende café. De zon verdwijnt uit het zicht. Ik denk aan de mensen die we zojuist achter ons hebben gelaten.
Ze zwijgt. We fietsen.
En dan praat ze. Ze zegt ‘het hoeft niet maar het mag wel en jij mag kiezen.’