Adem

‘Doe het’ mompelde ik in de ijle lucht. ‘Schiet op.’
Ik keek boos. Voor me strekte zich een enorme ijsbaan uit en ik had het gevoel dat ik geen keuze had. Iedereen was aan de overkant en ik had geen idee hoe ze daar gekomen waren, maar hemel, wat was het hier koud.
‘Hup’ zei ik tegen mezelf. ‘Schaatsen.’
Ik houd niet van schaatsen en was als de dood dat ik op m’n tetter zou gaan. Maargoed, hier blijven schoot ook niet op en de lente was nog ver. Ik moest schaatsen om bij de rest te geraken.
‘Oké hup.’ Ik noemde mezelf even ‘kom, oude rotzak’ en toen begaf ik me met een diepe zucht op het gladde stuk. Daarna was het stil. Ik hoorde alleen nog de lucht en mijn adem. Ik vond het moeilijk daar op dat ijs en ik hoopte dat niemand me zag. Ik hoopte dat niemand me zag maar ik hoopte wel heel erg dat ik het goed deed. ‘IK BEN HIER!’, riep ik voor de zekerheid zo hard als ik kon. Er was geen ziel die iets terugriep. Ik hoopte dat ze wisten dat ik nog bestond.
Ik hoorde niets.
Vlak voor het einde viel ik, op een hele lelijke plek. Auw.
Toen hoorde ik opeens; ‘Je haalt het!’
Ik weet niet van wie.
Maar eenmaal aan de overkant stonden ze op me te wachten.
En haalde ik opgelucht adem.

2 Responses to Adem

  1. Wenz says:

    En zie: ze haalde het. Met een smak en een aanmoediging, en daar was die overkant. *Doet applausje en knikt een trotse blik die kant op* Ja, die Riekster, die doet dat gewoon.

  2. Riekster says:

    Ach Wenz, die Riekster die doet dat niet ‘gewoon’ hoor! Overal waar hierboven ‘ik’ staat, had ook ‘Wenz’ kunnen staan.
    Maar trots, ja. Dat wel. Misschien wel juist door de beurse plekken.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *