Dat het Diepenbeekse kerkje in België vlak ná de mis instortte, mocht volgens de gelovigen een Wonder heten. Dat de hele boel aan gruzelementen ging terwijl de laatste bezoeker van Gods bouwwerk zijn hielen amper had gelicht, was werkelijk een Mi-Ra-Kel.
Als dat een wonder is, dan vind ik dat God zich er dit jaar nogal gemakkelijk vanaf heeft gemaakt. Want je mag van uitgerekend Gód toch verwachten dat hij met iets beters op de proppen komt; u weet wel, zoiets als van een paar vissen een heleboel vissen maken, met een vingerknip van een paar broden heul veul broden maken of over water lopen. Dát zijn nog eens staaltjes waarvan ik denk: ja ja, dat doet het aardse mensenvolk u mooi niet na. Maar een kerk laten instorten, vlak na de mis? Dat kan de eerste de beste extremist. Daar is heden ten dage toch weinig eer aan te behalen. Dat weet God zelf ook.
Nee hoor beste gelovigen, niks wonder, niks mirakel, hier klopt niets van.
Dus nu zat ik even te denken: Misschien moet u de geboortedag van Jezus nog eens narekenen. Of de kleur van de koningen die bij de stal verschenen en ook het aantal; was er wellicht een homokoning bij die u stiekem heeft weggepoetst? Of misschien moet u even checken of die meegebrachte gadgets wel klopten. Was het werkelijk goud mirre en wierook? Was het niet ook een beetje kaneel of saffraan? Of moet u misschien van het kribje een bedje, of van de os een paard maken? Ik weet het niet, u heeft daar meer verstand van dan ik. Maar ik zeg het u, beste gelovigen, het kerkelijke glas blijft iets te lang halfvol. Dit was geen wonder. Dit is gerommel in het vooronder.