Word ik vannacht wakker, denk ik: ‘JAWEL, ik moet wél even kijken hoe het met die inentingen zit.’
‘En om precies te zijn, NU.’
Het zou lullig zijn als ik tussen die zelfverkozen diarree straks in een onbenullig hoekje nóg iets oploop waardoor ik vervolgens in een ziekenhuis beland. Tussen mensen met halve armen en open wonden. Hoestend en proestend in mijn gezicht. In een stinkend bed en met besmette naalden, terwijl reismaat een terugvlucht regelt, wat niet lukt. Dat willen we niet. En dus bladerde ik vannacht om kwart over drie door een geel boekje met stempels en data.
Vanmorgen belde ik braaf Annemieke van de GGD, want inderdaad, het was allang verlopen, die Typhus en die Cholera. En ook de Dinges was niet meer up to date.
Maar Annemieke van de GGD had geen tijd. Ja alleen nog voor herhalingsspuiten en daar hoor ik niet bij. Ik denk dan, als er tijd is voor herhalingsspuiten, dan is er ook tijd voor mij. Bijvoorbeeld volgende week maandag om vijf over half elf. Daar pas ik vast nog wel tussen, zo een paar dagen voor vertrek. ‘U wilt toch niet dat ik straks in een onbenullig hoekje, en dat u dan niet…., toch, Annemiek?’
Het lukte. Check.
Vanmiddag kreeg ik een mail, over leningen die we hebben verstrekt aan prostituees. Afspraken. Microkrediet. Of ik wil schrijven over succesverhalen, maar ook over waar het niet goed gaat. Ik kan een hoop redenen bedenken waarom het niet goed zou gaan met de prostituees.
Schrijven zal ik, daar.
Misschien schrijf ik wel over mijn eigen kleine teen. Of diarree.
En ik kreeg een sms. ‘Zit je al met je hoofd in India?’
India.
Ja. Dat kun je wel zeggen ja. India.
Goh. India.
Wat eng dit! Ik dacht vannacht precies hetzelfde… en heb vanochtend de GGD gebeld. Mijn Annemieke die eigenlijk Angela heette vertelde dat de Mexicaanse wel voorrang kreeg, maar uiteindelijk kan ik toch nog, op het nippertje, terecht. Gelukkig maar, want Orang-oetangs kijken op Borneo schijnt heel besmettelijk te zijn.
Ja, of een broodje eten in de trein. Maar daar zegt niemand iets over…