Volle mond

Het is woensdag en we voelen ons vrij.
Om te doen en te laten wat we willen, dus dat doen we. Koffies met glaasjes water buiten de deur. En lekkere koekjes. Tosti’s en een muziekje van Sade. Eten en drinken, onze laptops blijven in de tas.
Terwijl we in onze stoel hangen gaat er achter mij een stelletje aan de hoge tafel zitten. De blonde dame nestelt zich op een kruk. Het is niet krap maar toch wurmt ze zich met haar achterste in mijn nek.
Haar kruk duwt tegen mijn stoel. Ik wip even op, zij laat het zo.
Ik adem een keer diep in, zucht, kijk boos naar haar rug.
Ik houd mijn mond. Wij schuiven onze setting een beetje van haar weg. Vrij voelen kunnen we ons ook wel dertig centimeter verderop.
Maar met haar landjepik, grijpt ze steeds meer van mijn ruimte. Ze kijkt niet verder om zich heen.
Het is niet haar probleem, maar ze maakt het wel de mijne.
Recht hebben is niet altijd recht krijgen.
In stilte slik ik haar arrogantie. En vervloek ik haar woordenloze reet.

Achteraan

‘Je moet je best doen.’
Ze keek me aan alsof ik mijn schouders er niet onder zette.
‘Echt.’
Ik hield wijselijk mijn mond. Voor het eerst. Sinds eeuwen. Had ik jaren eerder kunnen doen.
‘Jenny don’t be hasty.’ Zei ze.
Iemand heeft mij ooit verteld dat geduld hebben hoort bij volwassenheid.
Ik heb geen geduld.
Nog geen seconde.
Als ik het weet, dan wil ik het nu.
We zaten in café We gaan Beginnen.
Toch vreemd.

Polonaise in de loopgraven

Dat je mensen niet te lang in een hok bij elkaar moet houden, bleek wel toen ik de polonaise inzette in een van de Vlaamse loopgraven.
Die van de Eerste Wereldoorlog.
Dat is normaal gesproken niets voor mij.
2 Dagen al hadden we doorgebracht in een uit de klauwen gegroeide blokhut om te vergaderen en informeel te borrelen. Die vergaderingen duurden kort, en de informele borrels eindigden in een langdurig stilzwijgen. Vijftien mensen die wachten op iemand die iets wist om over te praten.
Na twee uur de boel aan de gang te hebben gehouden was ik wel uitgekakt.
De rest was dat stadium al jaren eerder gepasseerd.
Uitgekakt.
Toen na een ellenlange periode naar volle glazen staren iedereen nog veel meer dan uitgekakt was, bleek het zonder aankondiging tijd voor een spontaan ingelast uitje.
Een uitje naar de loopgraven.
Alwaar ik in de frisse buitenlucht van schrik zonder pardon mijn armen hief, mijn polsen kromde en met mijn gefronste gezicht achter mijn voorganger aansloot, die spontaan met zijn armen begon te wapperen en te zwaaien.
Ondertussen werden wij van links onder nepvuur genomen.
En in die Vlaamse loopgraven realiseerden wij ons,
je gaat er gek van doen.
Te gek.
Je moet de mensen opsluiting besparen.

In zichzelf parkeren

‘Ik kan net zo goed bier gaan drinken in het dorp. Ik verkoop toch nooit wat.’
De verkoper van de daklozenkrant keek moedeloos om zich heen. Een Duitse vrouw probeerde haar auto achteruit in te parkeren. In zichzelf loodste hij haar achteruit op haar plek.
Ze luisterde niet.
Ze parkeerde scheef.
En hij stond niet in een dorp, maar in een stad.

Draaiorgels en draaiorgels

Het niveau was onder de maat en dat kwam niet in de laatste plaats door de draaiorgels in de stad.
Helaas moesten wij bij de telefoonwinkels zijn, en konden we noch om de eerste, noch om de tweede ellendeling heen. En dus trotseerden we de tonen, terwijl we ondertussen hoopten dat de hele boel ter plekke in duigen zou vallen.
Draaiorgels in de stad. Ik kan me geen zaterdag herinneren dat er geen stond. Ze zijn er altijd. En overal. Ik kan me niet voorstellen dat ik als kind aandachtig naar de poppen of het aapje heb staan staren, zoals je dat weleens ziet. En ik weet zeker dat ik het nooit leuk vond om een kwartje in het blik te doen. Of een gulden. Mijn oma was wat guller.
Die lelijke tonen in de stad waar niemand op zit te wachten.
Het went met de tijd.
Het went, maar het wordt er niet mooier van.
Het went dat ze er staan.
Het wordt niet beter.
En ook niet minder erg.
Je wordt slechts minder bang.
En er komt alleen maar een dag dat je er grappen over maakt.

Kussensloop

De Lovedoctor mailt:
You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.