Zo mooi

‘Ben je aan het doen?’
‘Ik zit met een fles wijn het afgelopen jaar door te nemen.’
‘Oh. Mag ‘k erbij komen doornemen?’
‘Je zat er met je snufferd toch al tussen.’
‘Mooi. 5 Minuten.’
‘Het hele jaar.’
‘Oh. Ok. Mooi.’
‘Mooi.’

Fijne praatjes

Het fijnst vind ik het als mensen gewoon zó kunnen opnoemen wat ze allemaal he-le-maal verkeerd doen.
Helemaal.
Om vervolgens in naakt ornaat met geheven armen en een schuddende bos krullen op hun bruine hoofd de zonsdvloed tegemoet te rennen.
Da’s nie makkelijk, da’s juist stoer.

Hometown glory

De hele avond zijn de gambastaartjes op het bord blijven liggen. Toen ik de was ophing, toen ik weer uit de keuken kwam met een glas Roosvicee, toen ik mijn joggingbroek aandeed en Adele haar Hometown Glory zong op tv.
Braaf lagen ze de hele avond bij elkaar.
Gambastaartjes voor ‘misschien komt er onverwacht wel iemand langs’.
Gambastaartjes die indruk wilden maken.
Gambastaartjes die niet in de prullenbak hoorden,
maar kleine uurtjes lagen te wachten
tot de bel zou gaan.

Je eigen ding doen

Op de vraag waarom het gezelschap waarin ik verkeerde zo makkelijk deed over het feit dat hun veertig-plusser er twee vriendinnen tegelijkertijd op nahield, antwoordde de eerste dat dat inderdaad een beetje puberaal was, de tweede dat de waarheid meerdere kanten heeft en de derde dat hij vooral zijn eigen ding moest doen.
Je eigen ding doen.
Bij jezelf blijven.
Je eigen dromen najagen (dat wat je ouders en je tantes en je ooms en je oma’s en je opa’s en je bedovergrootmoeders niet konden).
Doen wat voor jou goed voelt.

Dat deden
mijn achterbuurjongen toen ik zes was, de pestkop toen ik twaalf was, de arrogante en egoistische klasgenoot in de vierde, die hypocriet op de universiteit evenals de kortzichtige, de discriminerende, de belazerende, de oude en de jonge Bush of Bin Laden en nog zo’n stel randdebielen en de hoerenlopers ook. Het Eigen Ding Doen is verheven tot koning van de verwachtingen. Verwachtingen die je niet mag hebben, vraagtekens die je niet mag plaatsen.
Het is de pachter van de waarheid, de rechter, de advocaat en de aanklager. De politieman en de bewaker van de grenzen van de Eigen Dingen staat. Het houdt geen rekening met toekomst, verleden, vrienden en kompanen, familie en nazaten.

Maar het is wel een heel handig hip excuus, dé manier om dat wat krom is recht te praten.

Vrolijk op de fiets

Het is een zonnige boel en dus zijn we allemaal op straat.

‘JOEHOEEE!’ zwaai zwaai
‘Heeeey!’
‘MOET JE WER-KEN!?!’
‘NEEE! IK…. MOET…. WER-KEN!’

Vrolijk trappen we met opgeheven armen allebei een hoek om.