Geen Nederlands

Jut: ‘Dus we zijn gaan uiteten bij Lodewijk.’
Ik: ”We zijn gaan uiteten’ kan niet.’
Jut: ‘Hoezo niet?’

stilte

Ik: ‘Je kunt niet ‘zijn’ en dan ‘gaan’ en dan een werkwoord, denk ik.’
Jut kijkt me aan. ‘Jawel hoor, je zegt toch ook we zijn gaan winkelen? we zijn gaan voetballen, we zijn gaan zwemmen. We zijn gaan uiteten.’
‘Ja. Maar toch kan het niet. Je hebt trouwens een leuk leven.’

stilte

Ik: ‘Ik denk dat uiteten geen werkwoord is.’
Jut: ‘Jawel hoor.’
Ik: ‘Nee hoor, ik uiteet, jij uiteet, wij uiteten?”
Jut: ‘Ik eet uit, jij eet uit, wij eten uit.’
Ik: ‘Nee dat kan niet. Ik ben gaan eten uit? Dan wordt het al snel ik ben uitgegeten. Hihi.’

stilte

Ik: ‘Het is gáán uiteten.’
Jut: ‘Frons?’
Ik: ‘Uiteten gáán. Je kunt niet zijngaan. Ja, dat is het.’
Jut: ‘Nee hoor. Dat is het niet.’
Ik: ‘Wat is het dan wel?’
Jut: ‘Leuk he, dat ik je die moeilijke kwesties voorleg.’
Ik: ‘Leuk? Wat is het antwoord dan?’
Jut: ‘Ik weet het niet.’
Ik: ‘Je bent taalkundige!’
Jut: ‘Ik weet het niet. Maar Lodewijk was fantastisch.’

Erbij 2

Ik wil daar nog wel wat aan toevoegen.
Bepaalde boodschappen moeten dwangmatig in de tas, die kunnen het daglicht niet verdragen. Andere boodschappen daarentegen, kun je beter nonchalant in het zicht over straat dragen.

Je kan met veel plezier met een fles cola light over straat zwaaien, maar met wasmiddel niet. Geen brood, geen wc-papier, dat moet allemaal, altijd, in de tas.
Druiven daarentegen kunnen in de buitenlucht, vuilniszakken ook (goed dat je er aan hebt gedacht). Fles wijn eruit, pak toastjes erin. Chips eruit, bananen erin, peren maken niet uit.

En ach, als je dan toch te weinig ruimte hebt, een krant mag gewoon in de hand.
Maar alleen die van zaterdag.
In je joggingbroek
of trainingsbroek
van Adidas.
———

(nootje: maar op de camping zijn we allemaal gelijk)

Erbij

Het is woensdag en op woensdag maak ik voor mezelf een lekker broodje. Met filet americain, luxe fruit en dure drankjes. Want op woensdag ben ik zielig, op woensdag is het mijn-baantje-dat-ik-erbij-genomen-heb -dag.
Ik zou er een hoop bij willen, dure broeken, en jassen en een nieuwe mountainbike.
Ik zou er een hoop bij willen.
En dan rennen naar terug bij af.

Dagen met inhoud

‘Trouwens, je ex heeft een nieuwe vriendin he?’
‘Hoezo een nieuwe vriendin?’
“Nou, ik zag ‘r laatst lopen met iemand.’
‘Wie dan?’
‘Een meisje met donker haar en ze liepen op elkaar te vitten dus ik dacht…..’
‘Dus je dacht?’
‘…dat is vast haar nieuwe vriendin.’

De barman zet razendsnel een nieuwe fles voor onze mik.

Wip wap

Het had hem inmiddels zo vaak zijn kop gekost, dat hij besloot nooit meer tegen iemand op te kijken. Ook niet tegen schoonvaders, die uiteindelijk door zijn vriendinnen altijd mooier en verstandiger gemaakt bleken dan ze waren.
Hij dacht aan die zondag dat hij met een ervan over boeken had gepraat. Bij een tafeltje met port en stinkende kazen. De volgende dag had hij hem met een boterham in zijn hand en met zijn mond in een straal onder de kraan zien hangen. Slurpend als een boer in een te nette broek.
Tabee, zijn beeld was met de resten brood in de gootsteen verdwenen. Verschwunden, richting de ratten naar beneden. Hij had er nachten wakker van gelegen, het had hem zijn toekomstbeeld gekost. Alweer.
Voor hem geen opkijken meer.
Iedereen mens. De Menschh als soort, geen goden op de troon.
Niet op, en ook niet neer.