Want de prijs van eerlijkheid is altijd hoger dan je denkt.
Mooie woorden, mooie woorden.
Trots
Hoofd
Op de hoek van de straat staat een heel oud huisje. Er wonen mooie mensen in. Dat heb ik al gezien. De potten en pannen hangen aan de muur, in de keuken staat een houten tafel met gedroogde bloemen en weckflessen met zuur.
Bij hun voordeur hangt een bordje. Over wat het was in de achttiende eeuw. Over tol betalen, en je bootje aanleggen in de haven.
Het schreeuwt om aandacht.
Rennen, zou ik willen. Deur open, deur uit, deur dicht. Met een bijna uitzicht op zand, bootjes en de Waal wil ik niets liever dan naar buiten, weer naar binnen, weer naar buiten en weer naar binnen.
Huisjes bekijken, straten verkennen.
Rennen.
In mijn hoofd ja.
Rennen op de bank waar ik wacht tot de dozen zichzelf uitpakken,
en de boeken uit zichzelf op hun planken gaan staan.
Hoofd.
Hoofd.
Hoofd.
Mijn hoofd laat weten dat mijn hoofd mijn hoofd is.
Rennen. Hoofd.
Boeken. Hoofd.
Licht. Hoofd.
Rennen is ellende.
Hoofd ook.
August and everything after
Gisteren schreef ik iets over mijn plafond en hooi. Ik plaatste het op Riekster, en haalde het er vijf minuten later weer af.
Ik schreef over ditjes en datjes. Maar het had niet wat ik wilde dat het had.
Vandaag is waar ik gisteren over schreef, waar ik gisteren aan dacht.
Vandaag is ‘morgen is het weg.’
Een nieuwe muur, een nieuw plafond, waar ik vanaf dezelfde stoel naar ga zitten staren.
Nu is het echt.
Elk jaar zeg ik dat het een mooi jaar gaat worden. Mijn jaar.
Dat is het ook.
Pas een dag op weg.
Sommige jaren,
beginnen pas in hun achtste maand.
Rotzak
Ze zat aan de bar.
En vond dat de mug die haar op haar rug had gestoken, een hufter was.
Een knuffel een aai
Mijn moeder is een held.
Door een operatie heeft ze geen enkele mogelijkheid om een vinger uit te steken, en daarom neemt ze het volledige denkwerk waar het mijn verhuizing betreft voor haar rekening. Onder haar supervisie is in het nieuwe paleisje kamer voor kamer opgeknapt, en van boven naar beneden gedacht. Op internet surft ze zich een ongeluk naar de prachtigste dingen voor geen stuiver. Ze ziet welke kleine doos in een grote doos past, waar gestofzuigd kan worden voor de dweil er nog wel een keertje overheen mag. Alles gebeurt met ongekend geduld en angstaanjagende kalmte.
Ik weet nu welke eigenschappen ik niet van haar, maar wel van mij vader heb.
Mijn moeder overziet het wel.
Nu is mijn moeder op vakantie, en in mijn oude huis heb ik vandaag een achtste van de inboedel ingepakt.
De rest ligt verspreid over overal.
Je komt nog eens wat tegen.
Je bladert eens wat.
Een pet op mijn kop, een muts er bovenop, een knuffel een aai.
Ik blader in wat hoort bij mij.
Ik ruik aan afgelopen jaren,
die dagen,
die avonden,
en het moois.
Je gooit niet weg,
maar stopt het in een doos,
of een krat,
en geeft hem een knipoog.
Dingen die je zelf wel snapt.
En je schrijft er op,
‘niet weggooien, je weet nooit’.