Nadat geval nummer een vorige week de boel al aardig wist te verstieren, heeft spier nummer twee zich vannacht ook op wonderlijke wijze volledig in mijn nek vastgedraaid. De hele dag al probeer ik met mijn Appeltje op schoot en met mijn kleren aan onder mijn streepjesdekbed, therapeutisch de boel weer los te draaien. Daarbij kijk ik als Donald Duck die op zijn hoofd is gemept uit mijn ogen.
Ik weet zeker dat als mijn lief vannacht naast mij had gelegen, dat ze dan in haar slaap had gemompeld dat dat echt heel rot voor mij was. En dat ik maar gauw dicht bij haar moest komen liggen. Ze had me dan ongetwijfeld een kusje in mijn nek gegeven, en over mijn hoofd geaaid. In haar slaap had ze zich dan tegen mij aan gedraaid om vervolgens na een diepe zucht weer in dromenland te verdwijnen.
Daar had ik dan om geglimlacht. Om de rest van de nacht te staren naar het plafond, en over ‘met jou is het altijd vakantie’ verder te mijmeren.
Uiteindelijk zou ik in slaap doezelen. Rond een uur of vijf. Toch nog.
En vanochtend zouden we samen één aflevering van Buurman en Buurman kijken.
Precies hoe ik het wil. Dan.
Als dan.
Tijd om wakker te worden.
Ik wil het niet.
Ja ik wil het wel, maar dat wakker worden niet.
Ik wil
Ik wil
dagenlang in dromenland zwijmelen.