Ik slaap nog

Nadat geval nummer een vorige week de boel al aardig wist te verstieren, heeft spier nummer twee zich vannacht ook op wonderlijke wijze volledig in mijn nek vastgedraaid. De hele dag al probeer ik met mijn Appeltje op schoot en met mijn kleren aan onder mijn streepjesdekbed, therapeutisch de boel weer los te draaien. Daarbij kijk ik als Donald Duck die op zijn hoofd is gemept uit mijn ogen.

Ik weet zeker dat als mijn lief vannacht naast mij had gelegen, dat ze dan in haar slaap had gemompeld dat dat echt heel rot voor mij was. En dat ik maar gauw dicht bij haar moest komen liggen. Ze had me dan ongetwijfeld een kusje in mijn nek gegeven, en over mijn hoofd geaaid. In haar slaap had ze zich dan tegen mij aan gedraaid om vervolgens na een diepe zucht weer in dromenland te verdwijnen.
Daar had ik dan om geglimlacht. Om de rest van de nacht te staren naar het plafond, en over ‘met jou is het altijd vakantie’ verder te mijmeren.
Uiteindelijk zou ik in slaap doezelen. Rond een uur of vijf. Toch nog.
En vanochtend zouden we samen één aflevering van Buurman en Buurman kijken.
Precies hoe ik het wil. Dan.
Als dan.

Tijd om wakker te worden.
Ik wil het niet.
Ja ik wil het wel, maar dat wakker worden niet.
Ik wil
Ik wil
dagenlang in dromenland zwijmelen.

Don’t panic

CONCERT staat er al op grote gele borden in de stad.
Ze komen.
Nou,
als zij komen,
dan komen wij ook.

Moi (?)

Jarenlang ging ik er prat op dat ik nooit huilde bij films. Dat was ook jarenlang echt zo, altijd wist ik mijn tranen in te slikken omdat ik het raar vond om te huilen om iets dat op tv of het witte doek was. Ik vond het gênant, en aan die gedachte was ik zo gewend geraakt dat ik ook thuis op de bank het snot in mijn neus hield.
Ik weet niet of het een gevolg is van ouder -en dus emotioneler- worden (kan zo’n argument ook voor mensen onder de dertig worden gebruikt?), maar de afgelopen tijd is het stiekem toch vaak raak. Afgelopen week snikte en snotterde ik mezelf tot twee keer toe bijna van de bank af. De eerste keer bij Will Smith, de tweede keer bij een film waarvan ik nu de naam al niet meer weet. Iets over een gezin en een verloren kind. Dat van dat verloren kind, dat was het hem niet, daar draaide de hele film al om. Maar toen de neger ook nog doodging….tsja… Het tranenzout gutste tussen mij en mijn lenzen door en drupte op mijn huistrui. Het was al fris, vorige week.
Anyway.
Vandaag wordt het La vie en rose.
En ik moet bekennen, dat de reden dat ik nu schrijf is omdat ik niet durf te kijken.
Want je hebt huilen, snikken, snotteren, en….. snel achter je flaptop gaan zitten om dat allemaal te voorkomen.

Het rommelt in het noorden

‘Hoh, mijn eigen telefoon gaat ook. Hier komt M. weer even! Heeeey.’
Terwijl ze haar eigen telefoon aan haar eigen oor houdt, plakt ze de andere telefoon weer aan het oor van de chauffeur. Er zitten maar twee mensen in de auto naar het noorden, maar het gekakel van jewelste doet vermoeden dat er een heel kippenhok in de Seat Ibiza Conga met slingers heeft plaatsgenomen.

‘Heeey.’
‘Is dit tegen mij?’
‘Ja, ik ben het weer. Je hebt nu mij.’
‘Goed! Ja het was echt hartstikke leuk.’
‘Maar dan bel ik je nog wel.’
‘Is dit tegen mij?’
‘Ja het is tegen jou.’
‘Ja hier rechts.’
‘Oke.’
‘Zeg anders maar dat ik nog wel even bel.’
‘Ze belt je nog wel even, zegt M.’
‘Wie heb ik nou?’
‘Mij! Je hebt mij. En ik bel jou anders ook nog wel even.’
‘Ze zegt dat het goed is.’
‘Oh oke.’
‘Oke is goed.’
‘Hey we bellen anders nog wel even, want dit werkt toch niet.’
‘Ja dat is goed. Ik bel jou!’
‘Oke.’
‘Daaag!’
‘Ook daaag van L.!’
‘Daaaag!’
‘Ze zegt daaaaag!’
‘Oke!’

‘Je moet afstand nemen van het sprookje.’

Had de schrijver dat zo bedoeld dan?

Ik vind sprookje ineens een heel raar woord.