Kunstenaars

‘Dan kunnen we elkaar de hand schudden.’ Ze zegt het, en terwijl ze het zegt beseft ze dat ze dat nog nooit eerder tegen iemand heeft gezegd. Handen schudden. Waar kwam dat nou toch vandaan.
Ze kijkt de vrouw tegenover haar aan, en die doet het. Maar het voegt weinig toe, want het onderwerp is zo delicaat, dat een gezegde en twee handen die elkaar pakken niet nodig zijn om zich te herkennen. In elkaar.
Het was te onverwacht om met eigen tekst te komen, blijkbaar.
Want ineens
zouden ze niet buigen.
En zouden ze niet breken.
Ze zouden wel blijven kliederen
met het leven.
Ze zouden wel meegeven.
De vraag is alleen
tot waar.
Daar
waar kliederen
nog geen schilderij maakt.

Lekker negatief

‘Piep-piep, piep-piep.’
Manuela vliegt naar de telefoon.
Nee.
Die bedoelde ze niet.

If you shoot for the stars

Met een dag en een nacht vertraging ben ik dan toch onderweg naar Den Haag. Jammer van de gemiste Blog-Art, en ook jammer van de avond die er achteraan gepland was. Maar leuk van de zaterdag die niet in het water valt, al komt de regen met bakken naar beneden.
In de trein geven we ons over aan de tijd. Sommige mensen keuvelen wat met elkaar. Anderen kijken uit het raam. Mensen met leren jassen, kettingen en bergschoenen. Lippenstift. Mooie ogen. Natte haren. Mensen die met hun kin in hun hand hangen. Mensen die zuchten en mensen die er zin in hebben.
We hebben dit landschap al tig keer gezien.

If you shoot for the stars and hit the moon, it’s ok.

In Utrecht worden we losgekoppeld. Nog drie kwartier.
Een koe staat in de wei bij Gouda. Dat zou ze ook hebben gedaan als ik niet in deze trein had gezeten. En de man met zijn kin in zijn hand had zonder mij op dezelfde manier naar buiten gekeken.
De trein was ook zonder mij naar Den Haag gegaan. Zoals gister.
Waar stopt het.
Zonder mij nooit, met mij nooit.
Het maakt mij niet minder waard.

But you’ve got to shoot for something.

Ook niet als ze weggaan.

A lot of people don’t even shoot.

Ook niet als ze naast je blijven staan.

(iii = Confucius)

Zoals het is

Terwijl ik de e-mail die ik al uit mijn hoofd kende voor de honderdveertigste keer lees, worden de aardappeltjes zwart. Ik wil het anders maar ik weet niet hoe.
Misschien wil ik het gewoon wel zo.
Zoals het is.
Nee.
Zo willen anderen het.
Niet ik.
Honderdeenenveertig.
En twee.
Het gas wat lager.
Ik wil het niet zoals het is.