Van hier naar het station passeer ik een derde van mijn leven.
Drie huizen, drie kroegen,
vloeren, krukken,
banken waar ik de nacht doorbracht.
Uren, dagen, minuten,
verhalen die mij mensen, hoop,
wensen en dromen, ellende,
en andere ogen hebben gegeven.
Een toekomst die ik niet had verwacht.
Ik dacht, ik blijf hier niet lang,
ik vertrek,
snel,
als het klaar is.
Hier is het.
Het is hier,
het gras, de Waal, de straten,
het water, de stenen, de tranen,
de stad.
De fortuinlijke schaterlach.
Wie had dat gedacht.
Nijmegen
Plat en grijs (en landen die eindigen op -ije)
‘Dat zijn mensen die ook klappen in het vliegtuig.’ We zitten op een muurtje en eten een wrap. Ik knik in de richting van drie Nederlanders die zichzelf in een Indiaas gewaad hebben gewikkeld. Of Omaans, ik kan het zo even niet zien. De vrouw loopt er in vol ornaat bij, de jongen heeft er een joggingbroek onder aangetrokken en de man draagt een extra sjaal.
Met hun karretjes lopen ze naar de parkeergarage, ze zoeken waar ze eigenlijk moeten betalen.
Op Schiphol.
De buren zullen onder de indruk zijn, ja.
Net als die man in het vliegtuig die het nodig vond om tegen zijn zoon te zeggen ‘kijk, we zijn boven Tsjechië, waar we vorig jaar hebben geskied.’ Om vervolgens naar mij te kijken.
Mij interesseert dat geen flikker.
Meneer.
Waar u heeft geskied.
Wel blijft maar in mijn hoofd rond zoemen wat een vrouw van vijftig gisteren tegen mij zei.
Tussen de blokken met huizen. Het grauwe beton. Plat, grijs, allemaal hetzelfde.
Tussen een hond die blaft, hangende jongeren en nep goud.
Troosteloos, maar ook ordinair.
Fluiten en accordeons die wij als Bulgaarse folklore beschouwen.
Tussen dagelijkse realiteit.
‘You can always go back.’
Ik sta in een buurthuis, en het tl-licht brandt.
Er mag daar nog heel wat veranderen.
Tl-licht. Hapjes van deeg met vlees. En kaas.
Het zoemt.
‘You can always go back.’
Ze heeft gelijk, en als ik dat kon veranderen, zou ik het niet doen.
Voor de deur staat een Lada. En een Mercedes.
Ik kijk er naar.
Ik kijk er naar.
Ik kijk er naar.
Riekster weet het wel te vinden, ergens in Turkije
Baby uiterlijk. Bij baby uiterlijk moet ik weer rechtsaf. Straks. En bij dat blauwe Efes bierbord ofzoiets. Maar die staan overal. Net als kebapkramen. En tentjes. En stalletjes en hokjes en mensen. Overal.
Baby uiterlijk. Daar moet ik erin.
Goed.
Ik kan gaan.
Waar wegen kruisen
Waar wegen kruisen
is waar de post niet staat.
De tekst de letters
de haken de ogen.
Het briefpapier
waar inkt op droogt.
Geen wacht geen
winnaar geen pracht,
geen bokaal.
Alleen
een iemand
die eens dacht,
als ik het zeggen mocht
ging ik hier rechtsaf.
Helemaal.
The people that you meet spending time in the waiting room
‘Koud.’ De dromer kruipt wat dieper in de bank en neemt een kussen op schoot.
‘Nee, kater.’ De denker zit op tafel. Met een mok thee verwarmt hij zijn handen.
‘Waar heb je me vannacht eigenlijk gelaten?’
‘In bed. Waarom?’
‘Ben zo moe dat het net lijkt of ik er niet in gelegen heb.’
‘Waar werd je wakker dan?’
‘In bed.’ De dromer kruipt op het kussen. Dekentje, benen opgetrokken. Capuchon op zijn hoofd.
‘Mooi. Daar had ik je ook gelaten.’
‘Ik mis mijn huistrui.’
*Zucht*
‘Koud.’
‘Zal ik je over je rug wrijven?’
‘Ja.’
‘En zullen we Personal Effects kijken?’
‘Wat is dat?’
‘ ‘s Mooi. Over the only boundaries are the ones in your heart.’