Onzichtbaar

‘Is het er?’
‘Dat weet ik niet.’

Ze weet wel dat het er is.

Ze weet het als ze met haar ogen hoger dan de hoogten staart.
Ze weet het als ze even
haar hoofd en haar verstand begraaft.
Ze weet het als ze een duwtje krijgt,
of een prikje in haar zij.
Al doet ze niets,
ze weet het zelfs als ze op een doordeweekse middag
bij de thee de cake aansnijdt.

Ze weet geen antwoord
op de vraag. Zegt ze.
Maar stiekem
heeft ze het geschreven
ergens
met haar vinger
op een beslagen
raam.

Do what you feel now

Sinds een tijdje zit er op vrijdagavond regelmatig een bierviltje in mijn tas. Meestal niet Nooit met het telefoonnummer van de nieuwe liefde van mijn leven, maar wel met namen van mooie muziekjes.

‘Hier Riekster, dit vind jij mooi.’

En dan heeft mijn favoriete barvrouw weer wat onbekende woorden opgeschreven.

Ruk 2

‘Goedenavond dames en heren, u zit in de stoptrein naar Arnhem en ik kan u tot mijn grote vreugde mededelen dat we óndanks de vertraging in één keer doorzoeven naar Arnhem, en dat wij het eindpunt dus wél halen.’

Ik moet naar Arnhem, maar ik vind dit zielig voor de mensen die naar Wehl of Didam of Zevenaar moeten. We rijden tenslotte al. Moeten die mensen nu ook verplicht naar Arnhem? Misschien zijn sommigen van hen daar nog nooit geweest.
Daar komt de blauwgemutste kaartjesknipper al aan.

‘Meneer, zei u nu net dat we ineens doorzoeven?’
‘Ja jongedame, we gaan naar Arnhem!’
‘In één keer?’
‘Nee, we stoppen ook op alle tussengelegen stations.’

……

‘Maar dat is toch normaal?
‘Ja, gewoon volgens de gewone dienstregeling, niks aan de hand, maar ik denk ik zeg het even, in verband met die 20 minuten vertraging.’

‘Maar u zei net dat we in een keer doorzoeven, dus ik dacht….’

‘Ja, we gaan lekker naar Arnhem. Maar we stoppen overal!’
‘Jaja. Oké. Jammer. Ik denk, we gaan direct naar Arnhem.’
‘Nee hoor, je hoeft je geen zorgen te maken! Goedenavond!’
‘G’n’vond.’

Zorgen?
Omroepen dat je het eindpunt wél haalt?

Riekster heeft haar auto verkocht, en weet nu dat er ergens iets met haar goede voornemens is misgegaan.

Ruk

De man met wie ik een afspraak heb, ligt nog in bed als ik aanbel.
‘Oh’ zegt hij. ‘Ja. Het is goed dat je even belde.’ Op zijn mobiel, bedoelt hij. Via een omweg had ik die man op zijn moebiel (moebiel?) wakker moeten bellen. En nu staat hij in een donkerblauw shirt, donkerblauwe broek, donkerblauwe pantoffels en met donkerblauwe kringen onder zijn ogen voor mijn neus.

Anderhalf uur heb ik ervoor in de trein gezeten, voor deze man.
En vijf minuten later sta ik weer buiten.
Wat hem betreft was alles goed. Nee, het kon gewoon, allemaal.
Alles was goed.

Ik weet niet wat ik op deze ochtend met deze man moet beginnen, en kies er voor dat-het-dan-dus geregeld is.
‘Dus het is geregeld?’
‘Wat mij betreft wel.’
‘Goed.’
Ik ga.

Weer terug op het station koop ik een normaal bekertje koffie en daarna ga ik voor de zekerheid voor de tweede keer die ochtend bij de Turk naar de wc. Ik weet zeker dat het een Turk was, al had ik hem niet kunnen verstaan als ik het hem had gevraagd. Geen mens zou boven het volume van zijn ghettoblaster uit kunnen schreeuwen. Een ghettoblaster met Turkse muziek dus, inderdaad.

Op alle tussengelegen stations wordt mij aangeraden om met een zoutkaartje te reizen. Ik friemel aan mijn kortingskaart. Dat maakt geen verschil. De NS zou mij een groter plezier doen als ze een paar stations zouden overslaan. Bijvoorbeeld Olst, en Wijhe.
In Arnhem staan we stil.

Om hier nou door te gaan denken dat de-hele-wereld-zich-tegen-mij-heeft-gekeerd, dat zou flauw zijn.
Ik bedoel, De NS. Olst en Wijhe. Een slaperige blauwe man.

Maar ik dacht het wel.

En het heeft er ook alle schijn van.

Het moet toch zijn geweest

In het mooie appartement in de megastad aan de andere kant van de wereld had ik ook zondagen.
Ik zie mezelf nog zitten, aan de oude roodbruine Chinese tafel met mijn rammelende laptop erop. Op de winterzondag had ik er een waterkoude neus, en op de zomerzondag kon de airco de hitte niet aan. ‘s Ochtends werd de Nederlandse krant niet door het internet geladen en ‘s avonds deed de televisie het nooit. Gelukkig kostten dvd’s er maar een euro.
Stapels had ik. Shrek en The Hours en Crash en hele seizoenen Jack Bauer en Will & Grace vielen om achter hun deurtjes in de kast.

Ik heb niet het gevoel dat ik veel deed, maar mijn herinnering vertelt me dat die zondagen nooit saai waren. Hoewel ze dat af en toe toch moeten zijn geweest.
Het zat ‘m in de vrolijke vrijheid van het spontane leven, denk ik. ‘Dingen doen’ ging ad hoc en je kon net zo makkelijk op het laatste moment afzeggen als aanhaken. Want iedereen wist dat alleen al op de juiste bestemming geraken alle energie uit je kon halen. Voor de lol ging je niet wéér met taxi’s, metro’s, fietsen of brommers zitten kloten.
En op die ellende dronken we op alle dagen ruimschoots.
God, zelden heb ik zoveel gedoe weg gelachen met bier uit een doos.
Bad China Day.
Er was altijd wat te doen.

Vrienden, heb ik er gemaakt.
Vrienden, die ik zelden nog zie, maar die altijd welkom zijn. Ook over een hele lange tijd nog.
Dan,
net als toen.
Dan, en toen
en nu.