Geluk
Allemaal waren ze er.
De mensen met wie ik afgelopen weekend door Brugge rende, vloog en schaterde.
De mensen die onder mijn leiding in De Gezinskeuken pasta met verse basilicum maakten.
De mensen die even bij mij kwamen hangen, gewoon. Omdat het zo gezellig was. (En ik die dat benoemde.)
De mensen met wie ik een vierkante meter, een afwasmachine, een koffiezetapparaat, en twaalf taps deelde op woensdag.
Met wie ik naborrelde als het er weer op zat, en die er nog zaten nadat ik ze vijf-uur-en-een-kwartier-daarvoor al afgelost had.
Vrienden die altijd even mochten komen proeven. Soms van de tap, soms enkel van verhalen.
Én, er waren mensen die ik niet had verwacht: Een kleine stoere baby was er, en zo nog wat oudere en jongere gasten. En er waren er zelfs een paar van hiernaast op komen draven.
Ze zeiden dat het tijd werd dat ik er zelf ook eentje nam.
Daar werd ik een beetje wiebelig van. Zoveel aandacht. Het resultaat was dat ik het niet meer wist, en mijn favoriete nummers van én de Stereophonics én the Gossip én Coldplay allemaal hatseflats zeker drie keer heb gedraaid.
Wiebelig, werd ik ervan.
Ik had gezegd dat er geen tranen mochten rollen. Omdat mijn vertrek uiteindelijk toch mijn eigen keuze was.
En toen, toen Politik voor de vierde keer voorbij kwam, toen het écht acht uur was, en mijn collega al naast me achter de bar stond, toen.
‘Zo is het wel genoeg Riekster‘ zei hij. ‘Ik ga je nu over de bar heen tillen.‘
Ik wankelde, en ik merkte dat mijn hart niet dicht, maar open sloeg.
‘Kom me maar halen’. Dacht ik.
Toen maakte hij een luikje tussen glazen, nootjes en de kaarsjes,
pakte me in een teug vast en hield me in de lucht.
En pas toen Coldplay uitgespeeld was,
zette hij me op een kruk.
Het afscheid was gelukt.
Mirre en safraan
Op zijn buik in de drek, lag hij.
Hij rolde in de riolering, zocht tussen de raggen en de spinnenwebben.
Nieste, hoestte en proestte, rekte af en toe even zijn rug, in het stof. Maar gaf niet op.
Gehavend en besmeurd
zag ik hem zinnen redden,
en de laatste letters van de vloer schrapen.
Voor heel november 2009 moest hij een nachtje tussen de ratten slapen
om de volgende dag zonder nog een nagel aan zijn vingers, door te gaan.
Toen harkte hij het ene eruit, en het andere er weer in.
Weet u dat geen duizend kamelen genoeg zouden zijn?
Geen bergen hoog genoeg, van mirre en safraan?
Kleuren en geuren,
koele briesjes of warme vlagen?
Geen honderdduizend slokken bier?
Elger was het, de wóndere Elger,
die Riekster weer Riekster maakte.
–
-
(Nog niet alle teksten zijn gered of teruggevonden, hier en daar mist er dus wat. Om tijdens deze cyberspace dropping toch vol goede moed te blijven: een lied.)
Riekster en de sleutel
Kom ik thuis,
blijkt er ineens iemand anders in mijn huis te wonen.
Nieuwe meubels en een nieuwe kleur op de muren.
Lelijke meubels welteverstaan, en een lelijke kleur.
Ik zie het door de ramen,
waar ik met mijn neus tegenaan leun,
terwijl ik zelf op de koude straat sta.
‘Ksst’ roep ik, ‘ga weg, hier woon ik!’
De lelijke bewoner die mijn taal niet spreekt
kijkt mij met een grimas aan,
doet de gordijnen dicht.
En gaat op mijn bank zitten.
Lieve lezers van Riekster.nl
Riekster.nl is gehackt, en daardoor zomaar, tijdelijk uit de lucht. Er wordt hard gewerkt om het probleem op te lossen.
Ik ben niet echt weg,
ik kom terug!
Hopelijk vandaag nog, want ik mis u nu al!
Kijkt u in de tussentijd op www.riekster.blogspot.com
Riekster