Zzoe

We zitten op het terras en we luieren wat.
Ik heb een olijf in mijn ene,
en het leven in mijn andere hand.
Een roseetje in mijn hoofd
en mijn ziel op schoot.
Ik mijmer over voorbije tijden
en dat wat ik zou doen
als ik niks zou moeten
en alles zou mogen laten.
Ik mijmer
over tijden dat spijt niet bestaat,
al mijn vingers in alle pap had
en over wat ik zou zien
als ik zou mijmeren
met mijn ogen in mijn hart.

Ik hoor geroezemoes.
Een bloesembloempje dwarrelt in de zondagmiddagzon naar beneden.

‘Moet je kijken’ wijst ze. ‘Ik wou dat ik dat was.’

Goed

Op station Doetinchem-De Huet schijnt te zon en er staan twee Chinezen. Ze moeten met de trein mee. Ik zit op een bankje, en dat is de Chinezen niet onopgemerkt gebleven. Druk pratend komen ze naar me toe…..’Heeeeeee…..uuhhh….’ (bla bla bla bla bla) zeggen ze in het Chinees tegen mij. Druk pratend wijzen ze naar mij en ook naar de kaartjesautomaat.
‘Moet ik helpen?’ Wijs ik naar mezelf.
Ze wijzen en praten druk.
Ik neem aan dat dat ja is.
‘Da Ha Sa!’ zeggen de Chinezen.
‘Wat?’ kijk ik ze aan.
‘Da Ha Sa!’ Het idee van in dezelfde onverstaanbare taal harder gaan praten is ook in China doorgedrongen.
‘Da Ha Sa. Da Ha Sa’ herhaal ik. ‘Hm.’ Het toeval wil, dat ik anderhalf jaar in rochelend China heb gewoond, en er vast nog wel wat van die periode in mijn geheugen is achtergebleven, als ik even diep graaf.
Ik probeer me bladzijde 1 van hoofdstuk 1 van mijn beginnersboek Mandarijn weer voor de geest te halen.
Aha. Daar is ie.
Daar gaan we.
‘Ni hao, ni qu nar?’ Ik kijk de twee Chinezen aan, die met muntjes van twee euro in hun hand druk staan te doen. Does this make any sense? vraag ik me af.
De spleetogen vallen stil. Heb-ben-zij-even-alle-geluk-van-de-wereld!
En dan beginnen ze uit te leggen. Hoe ze hier zijn gekomen, waar ze vandaan komen, met hoeveel mensen ze gaan en dat drieëndertig euro niet klopt voor een enkele reis naar Da Ha Sa, mij inmiddels bekend als Den Haag Centraal.
Ik druk op wat knoppen. Nog steeds drieëndertig euro, maar dan zie ik dat het lampje ‘eerste klas’ brandt. Ik druk op ‘tweede klas’ en probeer ze uit te leggen waar het ‘m in zit. Tweede klas, eerste klas, dat hebben ze niet eens in China. Laat maar, de prijs springt op twintig euro negentig. Met de vraagtekens op mijn voorhoofd kijk ik ze aan.
Zo is het goed.
De muntjes vallen in het apparaat, de zon schijnt op station Doetinchem-De Huet en de Chinezen kunnen naar Den Haag Centraal.
Klaar.

Wenz ruilt terug

Wenz heeft een gedicht teruggeruild. De woorden die erin moesten zitten waren lading, karakter en kartel. Riekster vond het zo mooi toen ze het teruggeruilde gedicht vandaag in haar mailbox las,
dat ze ervan moest huilen.

Ik weet nu ook dat ik Damien Rice te vroeg op mijn site heb gezet. Ik had het opstaan toen ik het gedicht van Wenz voor de tweede keer las… en….ja… toen moest ik er nog eens van huilen.

In-zicht

Hij had het uitgedacht
tot in de puntjes
zoals dat zo mooi heet
Hoe hij gelukkig zou zijn
zou raken en vooral zou blijven

Hij zou van haar houden
en zij van hem
zoals niemand ooit deed
Hun liefde het vrachtschip
de lading hun warme lijven

En hij aan het roer
het kompas rotsvast in de hand

Hij zou haar binnenvaren
in zijn veilige haven
en daar voor anker gaan
Hoe ze oud zouden worden
onder elkaars toeziend oog

Maar dat zijn havengebied
uit niet meer dan drijfzand
voor haar bleek te bestaan
Waar zijn liefde voor haar
veel te zwaar op hen woog

En zij niet eens meer omkeek
vanaf de kade aan onbereikbaar land

Hoe hij stuurloos dreef
op het loze wrakhout
waar geluk ooit te water was gelaten
De kartels sneden diep
in zijn trillende ziel

En hij overdacht stil
die vreemde scheuren,
roestplekken, lekkages, gaten
Hoe ze hadden kunnen zinken
en hoe diep hij viel

Maar nooit werd hem duidelijk
dat zij simpelweg op zijn karakter was gestrand

Riekster ruilt (want ruilen kan altijd)

Een tijdje geleden ruilde ik een onbeduidend grootse zin met Wenz. Met Wenz kan je vanalles ruilen; een zin, of een woord, een geur, een foto, of een lachbui. Geef haar een kleur, en ze geeft je een kleur terug. Leuk is dat, ruilen met Wenz.
Een beetje achter de schermen van haar site, ruilde ik een tijdje geleden dus iets onbeduidend groots.
Nu ruil ik een gedicht. De woorden die ik van haar heb gekregen zijn; wenden / gram /vatten.
Die moeten in het gedicht.
Daar ging ik gisteravond samen met mijn glaasje wijn even voor zitten.
Wenden-gram-vatten. Een vriendschap die over ging, leek me zo.
Komt ie.


GRAM

De vriendschap was de mensen zat
en wendde zich tot wat op afstand lag.
Het stapte vooruit en keek achterom, en zag
dat er geen gram over was
van wat ooit kilo’s zware betekenis had.
Het feest was klaar,
het einde was af.
De taart was op,
de slagroom…
En nu,
in het nu,
alom
de verlatenheid intrad
konden zij
-de achterblijvers-
slechts nog
wachten
tot ze zelf zouden vatten
wat ervan
de betekenis was.

——-

Terug

‘Zet je even iets anders op?’ ze haalt haar zonnebril even van haar neus en kijkt mij over de glazen heen aan. De cd is net opnieuw begonnen.
‘Oké. Waar liggen de cd’s?’ Ik kijk over de glazen van mijn eigen zonnebril terug.
Ze lacht. ‘In het dashboardkastje.’
Ik kom overeind en haal mijn knie uit het raam en mijn voet van de voorruit. In een zwaai draai ik mijn elleboog weer in een neutrale positie.
‘Cd’s, cd’s….’
‘Als het goed is liggen er ook een paar waar alleen cijfers op staan, doe die maar als je die ziet. Is verzamel. Eén of drie of vijf ofzo.’
‘Eén drie of vijf.’ Ik rommel wat tussen lege colablikjes en autopapieren. ‘Norah Jones?’
‘Nee, die met die nummers.’
‘Nummers. Jezus wat een zooi hier. Hier. Drie. Die doen?’ Ik laat haar de cd zien.
‘Uhhhm, ja. Doe maar. Vijf zie je niet liggen?’
Ik rommel wat.
‘Nee. Twee? Hier?’ Ik hou een cd waarop met roze stift een twee staat geschreven omhoog. Mijn hoofd zit nog in het dashboardkastje.
‘Nee. doe dan maar drie.’
Ik kom overeind. Warm.
Drie glijdt de cd-speler in.
Ik rol mijn broekspijp op. Ze geeft wat meer gas. Ze stopt een stuk noga in haar mond. Straks gaan we koffie drinken bij de benzinepomp.

Soldaat

Ik zette honderd passen op de plaats.

Dat is tweehonderd passen beter
dan de verkeerde kant op
met haast.
Zei hij.

En dat is tweehonderd vooruit.
Zei hij.