Ik blijf waar ik ben en er valt geen bom op mijn hoofd.
Ik sta achter een hek, maar ik zou er ook voor kunnen staan,
eromheen kunnen lopen,
er naartoe,
naar jou
naar mij,
als ik durf ben ik
vrij om een schijterd te zijn,
weg te rennen
er niks meer van te snappen
en het is niet erg
om te helpen als het het hardst nodig is,
of het minst.
Ik kan een punt maken van dat wat geen punt is
en mijn rug keren naar wie ik niet mag
of wel.
Ik ken een held,
van wie ik intens hou,
een held die niet rent
en niet loopt,
blundert en flatert,
maar er is,
staat waar hij is.
Vrij om zichzelf te zijn,
omdat ik hem een held vind.
Omdat hij een held is.
De held
Weer
Hij voelde zich een ezel.
Een domme pakezel,
beladen met ballonnen
en vol van emoties
waartussen
het apedruk was.
Hij voelde zich een ezel die zich bleef stoten
aan steeds dezelfde steen.
En hij wist weer,
toen zijn hoofd weer blauw was
achteraf gezien had het anders gekund voor de volgende keer.
Weer.
Delicate
De denker zit in de kast. De dromer kan kloppen wat hij wil, maar hij zit in de kast.
Dit is niet het moment om te dromen over wat hem niet gaat overkomen.
Niet nu.
Nu zit hij tussen de stoffer en het blik.
Natuurlijk heeft hij zin.
Zin in andere tijden.
En andere momenten.
En zin in….
zin in
vanalles wat.
De dromer klopt.
‘Kom eruit’
dan praten we erover.
Kom er uit en het stopt.
De denker weet dat het stopt.
Alleen niet nu.
Straks,
stopt het.
Straks,
straks ja,
eruit.
Straks,
maar eruit,
dat moet nog komen.
Riekster liep even naar de zon en kwam terug met een muziekje
Noir Désir – Le vent nous portera
Riekster kreeg een verjaardagskado
‘Fwiep fwiew’ fluit Arend de Tuinkabouter de hele dag.
Vrolijke kleurtjes, mutske, ongeveer 30 centimeter hoog.
‘Fwiep fwiew!’
‘Is goed voor je ego’ zei beste vriend toen hij mij Arend in een roze met witte stippenpapiertje gaf. Ik hou niet zo van stippen. Wel van roze.
Ik wandel even naar de bos bloemen die voor het raam staat. De bloemen ruiken heerlijk.
‘Fwiep fwiew!’
Ik wandel terug.
‘Fwiep fwiew!’
Ik zet een pot thee en denk na over wat ik vanmiddag zal gaan doen. Kiezen is moeilijk, met die zon. Misschien ga ik wel een eind over de dijk lopen.
‘Fwiep fwiew!’
Het is van dat weer om in het losse zand weg te dromen. En met nog meer bloemetjes thuis te komen.
Een briesje, een beetje wind waait door het raam naar binnen.
‘Fwiep!’
En ik denk dat Arend vandaag nog in de schuur gaat wonen.