(De titel van dit logje is heel droog, maar ik denk natuurlijk heel hard; joepieeee! Riekster op een poster!)
Klik op het plaatje voor een vergroting.
Mail me voor een ‘echte post’-exemplaar!
Ik wil je ver weg en dichtbij,
als een ster en een korrel aarde
waarop ik sta en waarnaar ik wijs.
Kijk,
daar.
Ik en jij en andersom.
Anderosm.
We zullen lachen
als je op een sterrenkorrel
het zand uit te lachen staat,
als was het waar.
Moeilijk hoor, met mijn sterrenbeeld en die stralende zon..
Stilte is macht
‘Dan moet je de volgende keer gewoon een andere afspraak maken’, kreeg ik terug. Geen aanhef, geen groeten aan het einde van het bericht, geen kruisje en al helemaal geen kusje.
Persoonlijk vind ik het niet zo raar dat ik op de vraag ‘hoi ga je morgen mee naar het theater?’ een antwoord had verwacht en dat ik na het uitblijven van een reactie had gevraagd of ze mijn sms wel had ontvangen. Dat had ze, en -zo bleek later- als je niks laat horen, dan betekent dat nee. Dat begreep ik zelf toch ook wel?
Dat begreep ik zelf toch ook wel?
Tuurlijk.
Tuurlijk begrijp ik wel dat als ik niks hoor dat ik dan niet twee kaarten hoef te reserveren en dat ik dan niet op vrijdag om acht uur bij de schouwburg hoef te staan. Of bij de fietsenstalling voor de bioscoop, of bij de brievenbus op het Keizer Karelplein. Met mijn universitaire opleiding ben ik inmiddels volledig capabel om de conclusie te trekken dat dat dan dus niet hoeft. Dat lukt me, dat gaat. Dat wil echter niet zeggen dat reageren als een blok beton ook de snelste, de duidelijkste, de meest praktische en bovenal, de fijnste en meest sociale manier van communiceren is. Sterker nog, het is de onduidelijkste, meest onpraktische, traagste en minst aardige, sociale of aantrekkelijke manier van communiceren, én je wordt er als stilzwijgend monster al helemáál niet leuker van.
Het is iets van de huidige tijd, zegt men. Met het toenemen van de mogelijkheden van communiceren, verandert ook de manier waarop we met communicatie omgaan. Met de tijd veranderen mensen, manieren en gedrag. Oké. Het zou alleen een stuk gunstiger zijn als we allemaal een klein beetje dezelfde richting op veranderen. Zodat niet de een keihard vooruit rent en de ander mijlenver gekwetst achterblijft, bijvoorbeeld omdat die via de nieuwe stilzwijgende manier van communiceren niet heeft meegekregen dat stilte de nieuwe manier van communiceren is.
En dat veranderen mag wat mij betreft ook wel met een beetje meer gezelligheid. Zodat niemand zich gedumpt en afgewezen hoeft te voelen. En zodat de onbenul, de sufkop en snorrieworrie die achterliep en het allemaal niet ongecommuniceerd heeft meegekregen, nog lieflijk wordt aangesproken op zijn ouderwetse gedrag. En zich nog een beetje een leuk mens voelt.
*Zucht.*
Niets laten horen geeft macht.
Dus bij ontvangst van het bericht dat ik de volgende keer gewoon een andere afspraak moet maken, wist ik wat de beste reactie was.
Ik eindigde de dag met mensen met wie ik ‘m niet begon.
Die mensen ook.
We kenden elkaar al jaren en hadden nog nooit met elkaar gepraat. Nu wel,
en nu namen we het er dan ook maar van.
We praatten en we spraken
en we vertelden elkaar verhalen.
We hadden tijd, allemaal evenveel.
Ik voor hen en zij voor mij,
drie zielen die elkaar recht in de ogen konden kijken.
Toen de tijd op was zagen we de ochtendzon
die een nieuw licht in blauwe, bruine en groene ogen liet schijnen.
En daar hadden we weer nieuwe tijd.
Die we samen besteedden
aan een nieuwe dag
met een hoofdletter Fijn
alsof het niet beter kon.
Het is een zonnige dag in Doetinchem-centrum en ik sta met mijn nieuwe toet in de berm. Toet als in: auto. Niet als in: gezicht.
Nu weet ik na enkele ongelukken en een fortuin lichter aan benzinetanks, distributieriemen, v-snaren en remschijven dat ik geen geluksvogel ben als het aankomt op auto’s.
Ook niet als het aankomt op motoren overigens, want daarmee viel ik twee weken geleden in een struik (dat was leuk voor de omstanders, het ging als het ware in slow motion. Maar dat terzijde).
Ik heb een zogezegd slecht rijwielen-karma.
Maar dat mijn nieuwste barrel het na één enkele kilometer al zou begeven, dat had zelfs mijn rijwielen-karma niet kunnen vermoeden.
Ik heb mijn geld weer eens uitgegeven aan de vrienden Brak en Prak. Welkom in mijn leven, Heilige Riekstermobiel Graftak.
‘Is dit hoe het voelt, als we straks zeventig zijn?’ De Dromer zit op het aanrecht, trekt met zijn voet een la open en zet er een schoon kopje in. Het kopje valt om als hij de la weer dicht doet.
‘Wat?’ De Denker zit met zijn handen in het sop. Het sop zit ook op zijn hoofd.
‘Zo stil. En dat het dan goed is. Kijk, ik hoor niets.’ Hij houdt zijn vinger omhoog. De theedoek hangt over zijn schouder, hij kijkt naar alle hoeken van zijn ogen.
‘Luister, bedoel je, je hoort niets.’
De Denker zet een spatel in de beslagkom. Er staan nog drie pannenkoeken koud op tafel. Ze hadden tien pannenkoeken gebakken en daar heeft de Denker er vier en de Dromer er drie van gegeten. Nu zijn er nog drie over. Die mogen ook op, maar niet nu.
Als het aan de Dromer ligt brengen ze de pannenkoeken naar iemand die er wel drie van lust. De Denker vindt dat dat niet kan. Pannenkoeken brengen.
‘Dus dit is hoe het straks is.’ De Dromer zit nog steeds met zijn vinger omhoog. ‘Dit.’
‘Dat weet je niet’ mompelt de Denker in het sop. ‘Dit is wat wij bij die oude mensen bedoelen.
Zoals we willen dat het is.’