(en voelt zich deze week een beetje als enkel en alleen haar rechterbeen.)
Zomerse feesten, zomerse conversaties en flirten met zomerse lokaties
‘Hoe heet dat ding ookalweer?’ Ze neemt een slok van haar biertje. Met haar flip-flops draait ze een beetje in het zand. ‘Heh godsamme!’ Ze neemt nog een slok en het bekertje is leeg.
Flappie steekt haar vinger op. ‘Lux!’
‘Ja, ook, ook, klopt, maar ik bedoel die dinges, die dinges.’
‘Habana!’
‘Nee, nee….’ Ze kijkt om zich heen. Allemaal sympathieke mensen staan sympathieke gezellige slokjes van hun bier te nemen. Een paar honderd meter verderop is er een dancefeestje in het park. In mijn achterhoofd beken ik aan mezelf dat ik het hier Reuzeleuk vind, maar dat ik het daar de vorige keer ook best leuk vond. Evenals bij zoveel andere dingen die niets met elkaar te maken hebben, behalve dat ze tegelijkertijd plaatsvinden op dit Nijmeegs festival. En iemand heeft vanavond per ongeluk een half biertje over mijn schouder gegooid. Het plakt een beetje en mijn voeten zijn vies. Ik kijk gelukkig om mee heen, naar lichtjes in het park.
”t Paleis!’
‘Mijn god, nee. Die dinges! Die dinges! Die boot!’
‘Oh die boot, ja! die boot, die boot hoe heet die boot!’
‘Hoe heet die boot?’
‘Zeester!’
‘Zeester!’
‘Zeester!’
‘We gaan naar….!’
‘Ja jongens, maar daar is het nog een beetje te vroeg voor. Hoor. Dat komt pas later.’ Een soort van nepBob staat al de hele avond aan het bier met cola.
Ik kijk op mijn horloge, waarop voor het gemak de getallen ineens dubbel staan. Ik denk van huh? en vraag me af waar zij toch altijd die extra tijd vandaan haalt.
Tij (2)
Alles wat was, bleef aan land.
Alles wat zwom, zweefde.
Op een goed moment
in een getij of twee
is
de massa van de dag
het lichaam van de nacht.
Zee.
Alles was.
De maan
kwam op,
en bewonderde de overkant.
——–
* Tij (2) is een herschreven versie van het eerder geplaatste Tij op 26 september 2007.
Riekster vindt zichzelf ook een beetje onze jongens
Klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap
klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap (gaan daar mensen staan?) klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap (hoor ik daar gejoel?) klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap (hoor ik daar een vuvuzela?) klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap klap KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP KLAP!
Riekster schaamt zich er stiekem voor dat ze ooit rookte. Maar het was zo. Ooit. Heel lang geleden, namelijk vandaag ZES maanden en EENENTWINTIG DAGEN.
Geen tijdsbestek waar een hoop eer aan te behalen valt, maar aangezien ik de halfjaarsgrens was vergeten: desalniettemin een Mars-ijsje verdiend!
Riekster Klap-klap-klap-klap klapt voor zichzelf!
(Bij stoppen met roken mag dat. Je leven lang).
(Ik wil u daarom aanraden ook een verslaving te nemen. Mag u levenslang ongegeneerd voor uzelf klappen als u eenmaal gestopt bent. Heerlijk.)
Toetsie perfeksie — Riekster schrijft onsamenhangende e-mails
Vandaag wilde ik versturen grapje, maar de zin was krommer dan krom was. Niet een beetje, heul. Toen ik dat in een tweede e-mail probeerde goed te maken, werd het alleen maar erger.
Het was naar Vriend met wie ik het broekplashardst kan lachen. Het was naar Vriend die mij altijd Liefste, Schatje, Popje en -jawel- Prinses noemt (als ik iets niet ben, dan is het een prinses, maar bij hem ineens wel. Bij hem heb ik ook ineens de neiging om met decolleté over een kookeiland-aanrecht boven de aardbeiden naar voren te hangen. Ik heb niet eens een kookeiland en ook geen decolleté. Maar dat terzijde). Het was naar Vriend waarmee ik kan flateren en met wie ik kan fladderen. Vriend die ik gisteren in de Utrechtse supermarkt vertelde dat deze supermarkt in de Merelstraat maar voor het pleps plebs was. Ik kreeg de indruk dat hij de boel toen al bijna bewaterde.
Uiteindelijk stuurde ik hem na twee mislukte e-mails een songtekst van Lady Gaga. Voor als we straks op vakantie gaan. Als we met mijn blauwe Toetsie Perfeksie op reis gaan alsof het de eerste keer is en Kylie en Gaga de boxen gaan opblazen.
Rah rah ah-ah-ah!
Ro mah ro-mah-mah!
En wij met onze armen buiten de ramen hangen.
Naar de Waddenzee.
Of de andere kant op.
Een keer.
Tussen nu en zeventien jaar.