Súcces

‘Hier. Neem deze maar. Een achtje.’ De-vader-uit-de-buurt-die-er-verstand-van-heeft legt de boor in mijn handen. Ik hou hem vast alsof het een baby is. Ik kijk even naar de boor en daarna twijfelend naar hem.
‘Oké. Dus dit is goed zo?’ Ik kijk ook twijfelend naar vriendin K. die naast me in de schuur staat. K. haalt haar schouders op. Geen idee.
‘Kun je een olifant aan ophangen!’ Hij rommelt wat in een bak.
‘Ha ha ha ha ha.’ Hoor ik K. naast met grinniken. ‘Een olifant.’
‘Je hebt een plug en een schroef?’
‘Uh, ja, volgens mij wel.’ Ik kijk K. aan. Die heeft geen idee.
‘Zeker? Van een achtje?’
‘Uh ja, ik vermoed van wel, wat jij, K.?’
K. knikt ook. ‘Hebben we’ grinnikt ze. ‘Voor de olifant.’
‘Hier, heb je er nog een.’ Hij geeft K. een plug en een schroef.
‘Bedankt.’
‘Succes!’
We steken onze hand nog even op als we weglopen.
——-
Zoef! Fwop, fwop.
En voilà, de olifant hangt.

En Riekster en ‘n roadtrip naar Nijekutteveen

‘En aangezien zij uit Veendam komt, da’s ook Groningen, heb ik haar even om wat tips gevraagd’, mompelt ze terwijl ze een nieuwe Michael Jackson in de cd-speler stopt. Haar mond zit vol met drop.
‘Oh, goeie. En, wat had ze voor tips?’ In alle rust sluit ik bij de file aan. Ik dacht altijd dat het richting het noorden leeg en verlaten was, maar zo bij Zwolle is het toch nog -laten we zeggen- ruk.
‘Nou, eigenlijk niks. Er is daar niets te doen.’ Ze kijkt me aan en een grote grijs verschijnt op haar gezicht. ‘Behalve dan die hunebedden.’ Ze schiet in de lach. ‘Lekker he, Riekster! Gaan wij een weekendje niks doen!’ Ze lacht en legt haar benen op het dashboard. ‘Dropje?’ Ze houdt een zak met autootjes voor mijn neus.
Met broodjes voor onderweg en een fles wijn in de tas kachelen we de leegte in. ‘Wiiiihiiii’ zingt ze mee op Billy Jean. Ik tik met mijn vinger op het stuur.
‘Wat zit je te kijken?’
‘Oh niks, ik zag een koe.’
‘Broodje?’
‘Lekker.’
In een weiland staat een bord dat iets predikt over de Zoon van God. Ik zucht en wijs en neem een dropje. ‘Kijk. Dat bord.’
Ze kijkt. ‘Wat?’
‘Dat bord.’ Ik wijs.
‘Jeéezus zeg!’
We lachen.
‘Moet je kijken. Jeézus zeg!’
Dat was vrijdag. Terug ging het hetzelfde als de heenweg.

De lovedoctor doet het zo

‘Dus ik dacht, dan ga ik hem wel ensceneren.’
‘Wat?’
‘Die toevallige ontmoeting.’
Ze houdt zich stil terwijl ik haar uitlach en een zoen geef op de hoorn van de telefoon.

A325

‘Uuuh….Anouk.’
‘Pardon?’ Aan de andere kant van de keukentafel stop ik met chipjes eten en slokjes wijn drinken.
‘Anouk. Zet maar iets op van Anouk.’
‘Anouk? wil je die horen?’
‘Ja, die vind ik leuk.’
Dames en heren, ik zat bij wijze van spreken al klaar met Damien Rice en The Carpenters, maar hoe kom ik erbij? We hebben het hier namelijk over mijn moeder.
Verbaasd maar ook goed gestemd frommel ik aan mijn iPhone. Rotding, ik ben er nog steeds niet aan gewend. ‘Nou, laten we dan Who’s your momma maar opzetten’, grinnik ik. Ik typ wat op het scherm. A-N- , ah daar is ze al.
‘Niet te hard he?’ ze schenkt me nog een slokje bij. ‘Handig zeg, met zo’n iPhone heb je altijd alles bij je.’ Ze neemt een chipje.
Ik glimlach. Good God. Nog even en mijn moeder is meer bij de tijd dan ik.
‘Nee mam, niet te hard. Hier, dit is het nummer waarmee ik altijd Nijmegen uitrijd. De Waalbrug over, en dan nog een eindje.’