Oei,

Riekster dacht bij dit verhaaltje ‘oh’ en ‘mooi’, maar ook ‘oei’.
En toen van ‘ja..ja..ja’.
En toen van ‘tsja.’
Stilte
kwam erna.

Enkele stappen, 300 kilometer noord en honderdtwintigduizend kilometer oost

Ik ben nooit in de veronderstelling geweest dat je je ook maar één kilometer van je plek hoeft te verplaatsen om te zien, te ‘ontdekken’, ja laten we zelfs maar zeggen vinden wie je bent. Je hoeft er geen kilometer voor te reizen, laat staan een pokke-eind naar -bijvoorbeeld- India.
Met schurft in je okselvlechtjes en hangende broeken in de trein op speurtocht. Het echte leven ontdekken als je héél ver, zo vér mogelijk weg bent. Het liefst in je eentje, al worstelend in de krochten van het eigen zijn die nog door niemand zijn gezien. De energie, alles wat er in de lucht hangt, opzuigen, het is fascinerend. Het is fasci…. Het is meer dan energie, het is meer dan de ziel. Och, het is zoveel meer. Het is…. J.e.Z.e.L.f. T-e-g-e-n-k-o-m-e-n.
Bij de meeste mensen die ik het heb zien doen resulteerde het in grootheidswaanzin en een moordend Beter Weten. Mensen die beter weten wat goed is voor jou, omdat ze in India zijn geweest.
Als je niet oppast zetten ze je nog eigenhandig op het vliegtuig, want je leven is plotseling niet meer compleet zonder India.
*Brr.Ril.*

Waar ik wel in geloof, is in tegen je eigen buitenmuur aanlopen alsof hij er nooit heeft gestaan.
Baf.
Klap op je snoet en bult op je voorhoofd op het moment dat je erachter komt dat de waarheid je recht in je gezicht kijkt. Op twee centimeter van je neus. Terwijl de dag van gisteren nog in je hoofd nagalmt en die dag daarvoor in je hart. Een paar stappen opzij en gisteren lag daar je teddybeer nog. Een groene. Toen was alles nog normaal en nu knal je met je kop tegen de muur van je eigen huis.

Een paar stappen opzij dan, maar de beer ligt er niet meer en daar staat alleen nog de muur. Een huissleutel ligt in je handen. Boeink. Elke stap die je zet gaat verdomme alleen maar richting vandaag.
Gisteren in je hoofd.
Eergisteren.
Rot op met je India.
Maar een paar stappen
een paar stappen maar.
Opzij.
Teddy.
Eén stapje dan.
Een kleintje.
Graag.

Liever een boom dan helemaal geen plaatje

Het echte plaatje komt nog. Daar –>

Riekster is achter de schermen druk in de weer met broncodes. U moet zich dan voorstellen dat ik aan het blenderen ben met letters en haakjes die ik probeer te plakken voor, tussen en achter allerhande formules die wat mij betreft niéts met elkaar te maken hebben.
De smarties en de hartjes  voor op het cakeje. Discodip die gaat zorgen voor meer kleur en een leukere look.
Vandaag mailde iemand mij ‘ik heb nog liever een boom dan helemaal geen plaatje’.
Alée zeg, hartje.
Het komt.
Er zal gauw iemand aan te pas komen die het een en ander tegen een goede fles wijn naar binnen gaat harken. En dán, dán, is het leven precies zoals ik het wil. Later.

Riekster wil dat alles hetzelfde blijft

Riekster wil het liefst dat alles hetzelfde blijft.
Vooral fijne dingen. Minder fijne dingen mogen natuurlijk wel veranderen en voilà, nieuwe fijne dingen mogen netjes bij de voordeur aanbellen. Alleen… die Nieuwe Fijne Dingen, die herken ik soms niet omdat ik druk bezig ben een Niet Fijn Ding via de achterdeur de laan uit te sturen. En als ik de Nieuwe Fijne Dingen niet herken, -bijvoorbeeld rustige letters en een mooie lichte achtergrond- dan raak ik in de war en beschouw ik ze als ellendige indringers die dreigen met veranderingen waar ik niet tegen kan en stappen die ik niet wil zetten omdat de schoen wringt. Dus.
Zoals bij de iPhone, waarop Riekster-oude-lay-out niet te lezen is. Omdat de iPhone een Fijn Ding is, werd mijn Riekster-oude-lay-out ineens een Heel Erg Niet Fijn Ding, blijkt.
Moest die dan de deur uit?
Als die vraag zich meldde, stuurde ik hem elke keer met een ferme schop onder zijn kont via de achterdeur het bos in. Zeer tevreden stak ik vervolgens mijn kop in het zand. Totdat er de afgelopen weken ineens een lay-out bij de voordeur stond te jengelen. Hij bleef maar zeuren dat ik met de tijd mee moet en dat ik mijn vertrouwde bruin-groen de laan uit moest sturen. ‘Ik ben een fijn ding hoor’, zei hij steeds nadat hij weer op de deurbel had gedrukt en ik snel de gordijnen had dichtgedaan.

Fijn Ding. Jaja. Ik geloof er niets van. Maar ik besluit het er toch op te wagen.

Ik geef mezelf een week om aan deze nieuwe schoenen te wennen.
En ik moet zeggen dat er op dit moment twee kleine tenen knellen.

Riekster wacht rustig tot het over is

In de uren dat ik niet naar Mark Rutte op Nederland 1 of naar Jack Bauer op dvd kijk, staar ik naar het plafond. En naar de gordijnen.
Als ik mijn hoofd beweeg dan doet dat zeer. Niet alleen mijn hoofd, maar ook elke spier die ik blijkbaar bezit. Ik lig dus veel stil en laat dat nou net een startsein zijn voor een hardloopwedstrijd van denkerij.
Zeg maar gerust een marathon.
Ja zeg maar een horde van gedachten in korte broekjes en lelijke hemdjes die normaal gesproken heel goed hun plek achter slot en grendel weten, maar nu met rolschaatsen op een ijsbaan terecht zijn gekomen. Daar schaatsen ze en zwieren ze en ze schuiven en ze vliegen over de baan. De ene gedachte gaat in rondjes, terwijl de andere een scheve lijn trekt en ze maken afdrukken die je even ziet, maar dan weer verdwijnen onder de vlokjes ijs die de volgende gedachte heeft losgemaakt bij een te scherpe bocht. Een enkele gedachte draait een pirouette en draait, draait, draait in mijn hoofd tot ik er duizelig van word. Ineens herinner ik me dat de auto naar Carglass moet. Dan komt er een gedachte in badpak voorbij en doet er eentje zijn sportschoenen aan en een ander haar schaatsen uit. En dan wisselen ze baantje.
Ik kan het bijna niet bijhouden, al die draaierij. Maar toch vind ik dat ik ook deze gedachten hun frisse lucht moest gunnen. Altijd maar daar in dat hoekje achter slot en grendel worden ze tenslotte muf en nukkig en daar groeien hun boze wenkbrauwen en voor je het weet komen ze op een onbewaakt ogenblik naar buiten en zijn ze verbitterd en wars. Ook zij willen weleens de benen strekken. Ook zij willen weleens sterren kijken. Is het niet op een Waddeneiland of op reis, dan is het wel weggezonken in een kussen op de bank.
En daar zijn ze dan. Rek en strek in badpakken en op rolschaatsen.
En daar lig ik dan en ik word ‘r duizelig van en ik merk het alweer. Ik heb een schapenhond nodig om ze weer allemaal op stal te krijgen.