Sloot

‘Het is gewoon een doel, en niet een middel.’ De Dromer zit in de zevende sloot. Hij klopt wat modder van zijn broek, roert met zijn vinger in het water en kijkt naar de verte.
‘Andersom.’ zegt een stem vanaf de kant.
‘Huh?’ De Dromer kijkt op.
‘Andersom. Een middel en niet een doel, bedoel je.’
‘Ja. Dat bedoel ik.’ De Dromer draait zich om. Hij kijkt naar de plek van de stem, maar die is weg. De Dromer gaat op de kant zitten.
‘Een doel en niet een middel’ mompelt hij naar de verte.

Verrast

Op de radio hoor ik een liedje dat ik mooi vind, en terwijl ik met een pen en een KitKatpapiertje op het stuur de woorden ‘Naked Famous’ op de rood met witte verpakking krabbel, zie ik in mijn binnenspiegel FLITS!
‘Kut!’ roep ik door de auto.
Toet! zegt mijn stuur.
En dus flits.

When I was young…

‘Ik hoor Abbaaaaa!’, sms ik naar J., om op afstand alvast samen in de stemming te komen. Uit de luidsprekers in mijn auto schelt het nummer dat mijn moeder altijd draaide als we op vakantie gingen, maar van oudsher vooral heel goed past bij alle homofeestjes in de wereld. En dus ook bij het feestje waarnaar ik op weg ben. ‘Ohnee! het is Anita Meyer!’ stuur ik er een halve minuut later achteraan. Het geluid staat op een ordinair hoog volume en hoe lelijk het nummer ook is, ik zing Why tell me why keihard mee. De telefoon licht op. ‘Hoezee! Draaien ze dat nog? waar ben je nu?’
‘Op de A12!’
‘Ben je met de auto?’
‘Ja!’
‘Dan mag jij helemaal niet sms’en, boef.’
Nee, grinnik ik in mezelf. En de muziek mag ook wel wat zachter. Maar op vrijdagavond onderweg zijn naar Utrecht geeft mij zo’n feestelijk gevoel, dat ik zeker weet dat Mij Niks Kan Gebeuren. Niks dan leuke dingen.
Om 21.00 uur ben ik er en ik heb geluk, want ik vind een parkeerplek precies voor de voordeur. Zie je wel, mij kan niks gebeuren.
Ik mag het hele weekend blijven. In een huis met drie verdiepingen, stralende zon en een houten vloer.

1981!

Hard glas – 3

‘Tsja, als je oog geïrriteerd is, dan kijkt dat niet zo lekker.’ De opticien krabbelt wat op een briefje. ‘Maar er zit ook mascara op.’ Hij krabt op zijn hoofd. ‘Even nadenken.’
Ik kijk naar het beeldscherm van zijn computer. ‘Activiteiten: spinning’, staat er.
Spinning? Heb ik dat gezegd? Pfff ha ha, spinning. Ja, tot 2007 ongeveer. En toen viel ik twee keer flauw van de fiets en na die keer dat ik ook nog moest kotsen was het wel klaar. Sindsdien heb ik mijn sportieve grenzen iets beter leren bewaken. Maar blijkbaar heb ik twee weken geleden tegen deze meneer gezegd dat ik aan spinning doe, want anders had het hier niet op het scherm gestaan. Jaja Riekster, mooie praatjes.
‘Ik wil je een tweewekelijkse lens voorstellen’, zegt de opticien die nu blijkbaar uitgedacht is. ‘Daar kun je zowel mee sporten als mee achter de laptop.’
Ik vind het best.
‘Die is nog dunner, en het is eigenlijk een lens die…ja laten we maar zeggen, met je oog meezweeft.’
Ik vind het best, ik wil niet eens meer weten hoeveel het kost. Kom maar op met die zweeflens en rap een beetje want ik ben er klaar mee.
‘Ik vind het best’, zeg ik tegen de opticien.
‘Kan je straks weer lekker spinnen’ zegt de opticien.

It’s quite a company

‘Alles kan. Alles.’ Hij knikt met zijn hoofd, tikt met het viltje op het tafeltje met volle glazen, gaat rechtop zitten en vraagt dan aan de barman of datzelfde liedje nog een keer mag.
‘Zeker, mag dat’, zegt de barman.
Een eindje verderop zitten twee jongens met een glimlach voor zich uit te staren. Ik denk dat ze verliefd zijn op elkaar.

Krant, radio en met je kop op tv

‘En daar zul je De Wereld Draait Door ook nog hebben!’ Ik zet mijn koffie in de vensterbank en klap in mijn handen.
Verschrikt kijkt mijn collega op. ‘Ah neeeeee’, zucht ze. ‘Neeee. Owwww.’
‘Oppakken!’ Gil ik verrukt.
Ze loopt naar haar tas en vist daar haar telefoon uit. ‘Tyfus!’ roept Collega terwijl ze naar haar telefoon kijkt. ‘Het is een nul-twintig nummer.’
‘Ja, da’s Amsterdam. Dat is De Wereld Draait Door.’ Ik neem een hap van mijn taartje, dat we al hadden gekocht om te vieren dat Collega vorige week met haar Andere Werk alle kranten en tien actualiteitenprogramma’s op radio en tv heeft gehaald.
De telefoon rinkelt door.
‘Pak nou o-hop!’
‘Ik wil niet bij Matthijs!’
‘Jij wil zéker wel bij Matthijs! Matthijs is leuk! Pak nou op, dat is ‘m!’
‘Nee, hij spreekt maar wat in.’ Ze legt de telefoon naast haar taartje in de vensterbank. Dan gaat ze met haar armen over elkaar zitten en kijkt mij aan. De telefoon rinkelt nog twee keer en dan wordt het stil. ‘Het is verdomme vijf over negen.’
Ik grinnik. Ik ben blij dat ik niet in haar schoenen sta, dus ik kan er nog wel een grapje over maken. ‘Dadelijk belt Paul de Leeuw ook nog. Ik weet het zeker. Madiwodovrijdag show. Zo aan de lijn.’
‘Ooooh neee!’ roept collega. Het gebakje smaakt haar steeds minder goed, en mij steeds beter. Ik lach me dood.
‘Weet je waarom er geen vrouwen op tv zijn, omdat ze net als jij gewoon niet durven’, geef ik het nog een extra duwtje in de verkeerde richting. ‘Jij moet het juist doen, juist jij!’ roep ik. ‘Dat is nota bene waar dit hele verhaal over gaat.’ Ik wip op de twee achterpoten van mijn stoel. Ik en mijn goede vriend Makkelijkpraten.
Collega kijkt chagrijnig. ‘Nou en. Ik wil het niet en ik durf het niet.’
‘Piep piep’ zegt de mobiel. Het nul-twintig nummer heeft wat ingesproken.
Collega kijkt me aan. ‘En ik heb geen tijd’, zegt ze.
‘Ze heeft geen tijd voor Matthijs’, zeg ik. ‘En dat was het einde.’ Ik geef haar een knipoog.
Collega zucht, kucht, en drukt lang op het knopje bovenop haar telefoon. ‘Einde’, zegt zij nu ook.