Zilver

Hij liep door de stad, onder wolkenkrabbers en over metrolijnen,
tussen asfalt en perrons.
Vertrekkende treinen en mensen die op de klok kijken
en geld verdienen aan tijd en afstand.

Hij droomde,
daar waar de stranden witter
en de bomen groener zijn.
Bakens waar hij best omheen kon.
Linksom of rechtsom.
Rechtdoor of met bochten.
Hij zag dat hij steeds dichterbij kwam.
Groene bomen,
wit zand.
Hij wist alleen niet
welk eiland.

Dekbed

De tv staat aan en buiten regent het.
Er ligt een bed op de grond en de jongen die erin heeft geslapen ligt er nu bovenop. Hij lacht. Om niks, maar hij lacht.
Hij zit met zijn hoofd bijna in de tv.
We eten sushi op een ongepast tijdstip.
We maken rommel.
Het is vakantie.

(Schuif het bankstel aan de kant en dans met je kuifharen door de kamer!)

Kassa

‘Ik hoop dat we genoeg voor een Welpie hebben.’
De scanner bleept. De man kijkt hoopvol naar het meisje achter de kassa die dat niets kan schelen.
Ik heb de mijne al in mijn tas. Oranje is ie. In een doorzichtig zakje met plakkertjes onder zijn voetjes.
Ik heb er één.
Ik moet steeds lachen als ik denk aan dat behangde vliegtuig met die wapperende oranje haren.
Met een glimlach pak ik mijn boodschappen bij mijn Welpie in.
De man wacht, in spanning. Als het maar duur genoeg is, de boodschappen.
‘Elf Euro vierenzestig alstublieft.’
‘Aiii’ zegt de man.

Flip-flops

…’soms beginnen we aan een weg, enkel en alleen omdat we er niet in geloven. Dan is het makkelijk: het enige wat we hoeven te doen is bewijzen dat de gekozen weg de onze niet is.
Maar hoe het ook zij, wanneer er dingen beginnen te gebeuren en de weg openbaart zich aan ons, zijn we bang om verder te gaan.’

Uit: Paulo Coelho – Brida