Bakken

Je hebt zo met mensen je dingen.
Alleen met die.
Zo doen wij nooit moeilijk over het weer.
Als het dreigt, picknicken wij toch, en als het regent gaan wij toch naar de Affaire.
Hebben we het niet eens over.
We bellen niet
en we bevestigen niet per sms.
Piekeren we niet over.
Desnoods een pluutje in de tas,
we gaan gewoon
weer.
Of geen weer.

Gastvrij

Ik word ondersteboven gelopen bij de Coop door mensen die zich slechts bekommeren om broodjes, flesjes en dingetjes. Oranje mandjes rollen en zwabberen achter ze aan. De mensen mogen er nogal zijn, van zichzelf. En ze moeten dingen hebben, want die hebben ze nodig. Straks. Hard nodig.
Een oude man glimt van trots met zijn hoedje, t-shirt, zijn klossen en zijn startkaart.
In de verte loeit een sirene. Er zijn nu al mensen de pijp uit gegaan.
Het hoort erbij. Fier haast hij zich naar de kassa.
Zijn rode veter is in een wieltje verstrikt geraakt. Hij valt net niet.
Ik doe mijn best, want een gebroken enkel zou lullig zijn, zo op de maandag.
Als hij er dan toch is.
‘Meneer, gaat het?’
‘Vierenzeventig jaar en voor de negenentwintigste keer de Vierdaagse.’
Dat is wat mij betreft geen antwoord op de vraag.

Overgave

Als hij vroeger in de trein zat, zag hij de bomen en rivieren, hij zag het uitgestrekte landschap.
Als hij op de fiets over de dijk reed, genoot hij van de uiterwaarden, want ze waren mooi.
Een vogel en een fietser, gras.
Wandelen in verre oorden, tussen bergen met mensen die de aarde bewerkten. Bijzonder.
Maar intens genieten deed hij nooit.
Het was niet dat hij zijn best niet deed, of het niet wilde,
niet omdat hij de schoonheid niet zag.
Alles mocht,
alles mocht,
zijn zoals het is.
Maar het was anders dan de letters op papier.
In zijn eigen aanwezigheid,
miste hij het rood, de gloed en de einder
bij de aanblik
van een straal zonneschijn,
zoals ze in gedichten beschreven zijn.

Onoverzichtelijke situatie

De achterblijver vond mijn omgekeerde mijlpaal een dieptepunt strak in de bak toen ik mijn conversatie vanaf net over de drempel met haar probeerde voort te zetten.
De niet-rokende onbekende man zat inmiddels op mijn kruk aan de bar.

Easy as hell

‘Ik wil er iets van maken, weet je.
Met, of zonder gave.
Gewoon, er in staan.’

(Onder de noemer: ‘vet’)