Principes

‘Het ruikt naar Vietnam.’ Ik zit op het terras met muntthee die me aan Marokko doet denken. Een walm knoflook komt voorbij. De regen is net met bakken uit de hemel gekomen en de daken druppen na van de onverwachte aanval. De straat dampt snel droog. Een voorbijganger kijkt alsof hij niet snapt waar hij nat van is. Zo snel ging het. Zo gaan die dingen. Snel.
Sneller dan voorheen. Lijkt wel.
‘Ik heb besloten om geen dingen meer met elkaar te vergelijken’, zegt het meisje dat naast mij zit. ‘Ik neem alles hoe het is.’
Ze praat verstandig.
Verstandiger dan ik.

U2 & Luciano Pavarotti – Miss Sarajevo

3. Sokken niet binnenstebuiten aan hebben

Voor op mijn lijstje ‘dingen die ik niet hoef te kunnen of weten in mijn leven’.

(1. Biologie
2. Klassieke muziek
)

Waterlander

‘Nee, geen zeeman, maritiem officier.’
Zijn ogen keken me aan alsof ze wel wat vaste land konden gebruiken.
‘En iedereen denkt altijd vanalles van ons. Maar ik wil ook gewoon stadjes bekijken.’
Zijn blik zocht zijn bier. Zijn handen zijn zakken.
Hij dronk zoveel dat hij er bijna in verzoop. Ik noemde hem Popeye. En marinier.
Toen hij glazen later naar huis dwaalde,
vroeg ik me af of hij hetzelfde had gezien als ik.
Stadjes.
Maar dan op zijn manier.

Pleidooi tegen teveel vrijheid

Pleidooi tegen teveel vrijheid – Fred Delfgaauw 2007

De onhanteerbare jongeren
van vandaag
zijn niet ontspoord.
Ze zijn nooit gewezen
op de aanwezigheid
van rails.
Ze zijn niet losgeslagen
maar het resultaat
van losbandigheid.

Nu staren lege tekenvellen hen aan.
Verlamd door de opdracht:
bepaal zelf de lijnen maar.
Bevroren door teveel vrijheid.
Als een stilte voor de storm.
Tot het gevoel van onvermogen
in woede uitbarst.
Ze vliegen alle kanten op
Op hol geslagen
omdat de beteugeling
achteraf kwam.

In mijn jeugd
was de kleurplaat
een dagelijks plezier.
De tekening was altijd duidelijk
en bracht nooit enige twijfel.
Je kon kiezen uit alle kleuren
en mocht alle kanten op
Zolang je maar binnen de lijnen bleef.

Vrijheid wordt
de grootste vijand
van de mens
Zodra de vrijheid
niet omkaderd
of benoemd wordt.

Hardop

‘Als ik er niet aan denk, dan is het er niet’, sprak de jongen luid en duidelijk.
Hij keek naar de deur alsof je de woorden zo naar buiten kon zien lopen.
De wijde wereld in, want hij had het gezegd.
En als de mensen het eenmaal zouden weten, dan was het waar.
Maar niemand zei iets. En door de deur kwam niemand naar binnen.
‘Als ik er niet aan denk, dan is het er niet!’ probeerde hij nogmaals.
Een oude man kwam achter hem staan. ‘Probeer het maar niet’, kalmeerde hij de jongen. ‘Dat wat je zegt, bestaat. Maar hoeft niet voor waarheid door te gaan.’