Toch

‘En als ik wegga?’
‘Als je weggaat dan zal ik je missen en als je terugkomt zal ik je in mijn armen sluiten maar niet zoals voorheen.’ Hij tikt met het suikerzakje op de donkerhouten tafel. Zijn blik is op het schoteltje gericht.
Zij kijkt naar haar knieën. Haar schouders een beetje naar voren, haar handen aan beide zijkanten van haar dijen op de zitting van de stoel. Ze knikt licht. Een lok haar schuift voorzichtig in haar gezicht.
‘Oké.’
Ze zegt oké maar ze blijft zitten waar ze zit.
Hij kan daar niks mee en vraagt zich af of hij nu dan zal weggaan. Van een vrouw die alle touwtjes in handen heeft en het dan nog steeds niet weet. Eigenlijk houdt hij er niet van.
Blijven of weggaan.
Ze zitten.
Zo zitten ze anderhalve minuut en ze doen niks en hij vraagt zich af of hij dan de ober roepen moet, want als ze niet kiezen dan kunnen ze misschien maar net zo goed wat drinken.
Want later is ook nog, blijven
of weggaan
toch.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *