‘Nee ik zie dat ook niet zitten, met jouw auto. Dan kunnen we net zo goed meteen langs de kant van de weg gaan staan.’
‘…..’
‘Of ja, glijden ja. Haha. Och kind, ik zag er gisteren ook eentje gaan. Dat die het er nog levend vanaf heeft gebracht, daar was-ie volgens mij zelf ook verbaasd over ha ha ha.’
‘…..’
‘Nee. Nee. Nee dat denk ik ook niet. Nou dat zou een mooie boel worden. Woeh!’ *Kakelgelach*
‘…..’
‘Woehoehoe!, och kind! Die vergissing heb ik vorige week al begaan, hahahaha. Heb ik negen uur op het station in Utrecht staan wachten! En niks lekkers te bekennen hoor!’
‘…..’
‘Nou nee hoor, niks. En ook geen koffie. Nee, we gaan niet zitten bevriezen in een weiland tussen Veenendaal en Barneveld-Noord.’
‘……’
‘Nou zeg maar gerust bevroren kippen tellen.’
‘……’
‘Wihihihi, of dat ja, hihi. Hoe kom je erop. Nou, ik zal je vertellen, ik had laatst zo’n flaconnetje bij me, kwam goed van pas hoor, weet niet meer hoe ik thuisgekomen ben.’
‘……’
‘Ja. Oké. Serieus.’
‘……’
‘Ja, ik ben serieus.’
‘……, ……., ……?’
‘Nog een keer naar dat wijkje waar we voor jou dat speeltje in dat discrete tasje hebben gekocht? Nee hoor, dat was niet met mij. Nee hoor ik koop alleen maar dingen in tasjes met HEMA enzo erop ha ha ha ha!’
‘……’
‘Haaaha, nee toch, hou op.’
‘……, ……?’
‘Nee ik heb verder geen afspraken daar.’
‘…..’
‘Nee.’
‘……’
‘Nee ook geen kennissen. Maar ik zal ze in ieder geval alvast afzeggen.’
‘…..’
‘Hihihi. Kind hou op. Ja dat doen we.’
‘…..’
‘Waar is dat?’
‘……’
‘Oké, tot straks, als ik er nog niet ben: ik wil een sherry.’
‘…..’
‘Daaaaag! Ja tot zo daaaag! Even m’n snowboots zoeken! Sherry dus hè, ja daaag!’
Sherry
Omdat het hoort zo
In een handomdraai is bij de Lovedoctor Kerstmis toegeslagen.
Sneeuw en veertig rozen voor haar,
en sneeuw en veertig rozen voor mij.
Er staat whisky in de vensterbank. De verwarming loeit op 100 graden.
Een pan dampt, het raam kraakt.
Buiten schuifelt een jas met een muts en een handschoen voorbij.
Stront
Ze nam het ervan. Met haar gestifte lippen en haar ronde mond vertelde ze de zaal verhalen die als blaadjes door de ruimte dwarrelden. De houten planken verloren hun glans als zij erop stond. Ze wond het publiek om haar vinger. Publiek dat als een blok voor haar viel.
Ze kon het, dat moet gezegd. Ze bracht haar boodschap werkelijk met passie en elan, haar kleren pasten en de woorden hoorden. Het theater was waar ze ieders hart en ieders ziel won en als het afgelopen was, was het applaus haar gage.
Maar aan een tafeltje met koffie of rode wijn, zag ze niet dat de jongen die voor haar zat, huilde. Hij wilde geen sigaret tegen de pijn en geen drank tegen de wanhoopsdaad. Hij wilde geen schmink van waarachter hij de wereld kon zien. Hij was niet moe en ook niet op.
‘Stront’, zei hij boos. ‘Gewoon, stront!’
Zij lachte vriendelijk naar de man en de vrouw aan het tafeltje naast hen. Over zijn stoel hing een blauwe jas met oranje strepen erop, over de hare eentje met knopen en bloemetjes.
‘Ik vind je minder leuk sinds je je lippen stift’ zei hij. ‘Daarom stront.’
Zij sloeg haar ene been over het andere, stak een sigaret op en lachte vriendelijk naar het tafeltje. Aan de ober vroeg zij of hij wellicht nog een likeurtje in het vat had. Want er was sprake van een tranendal.
‘Laat het los en het komt naar je toe’, zei ze wijs. ‘Loslaten.’
‘Mag ik daar dan de datum van?’ vroeg hij toen.
‘Je kijkt niet goed’, zei ze, de wereld is het theater.
‘Stront’ zei hij. ‘Stront is jouw theater.’
Streepje na
‘Oh, ik krijg niets en zij krijgt wel. Ja, ja’, mopperde de verkreukelde man aan de bar. Met een knikje wees hij in de richting van de jongen die voor een meisje een biertje tapte. ‘Een streepje voor, maar niet voor mij.’ Hij zat krom op zijn kruk. Zijn beide schouders hingen langs zijn middel naar beneden.
‘Vroeger. Vroeger was ik ook een knappe vent’ mompelde hij tegen zijn lege glas. ‘Keken de vrouwtjes mooi naar mij. Zelfs de barman keek naar mij.’
Zijn hoofd hing. Het pakje shag dat voor hem lag mocht hij binnen niet oproken.
‘Maar nu kijkt zelfs de barman niet naar mij.’
Hij haalde zijn schouders op, draaide een sigaret en slofte naar buiten met een sjaal om zijn nek.
Twaalf
2010 Is het jaar dat de Lovedoctor en ik al in november het jaar begonnen te evalueren. ‘Jezus’ riepen we nog, ‘het is verdomme novémber’.
Aan haar kant van het scherm at zij zelfgemaakte maaltijdsoep, ik aan mijn kant at aardappelschijfjes en sla. Zij superfit, ik met een megakater. We hadden nog ruim anderhalve maand van dit jaar te gaan, maar wat de Lovedoctor betreft was het er wel tijd voor. Ja, het was zelfs hard nodig.
‘Was 2010 beter dan 2009?’ Vroeg ze me.
‘Ja’, antwoordde ik volmondig. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. ‘Zeker. En bij jou?’
‘Bij mij ook.’ Ze glimlachte een beetje. ‘Al had ik die stationcar voor mijn deur nou ook weer niet verwacht.’
Ik moest lachen. ‘Nee. Ik ook niet. Maar je bent nog steeds dezelfde hoor. Je zit alleen in een andere verpakking.’
Ze zuchtte. ‘Ja. Dat is ook echt zo hoor.’ Ze keek even door het raam naar buiten. Daar stond-ie. Haar ogen glinsterden, maar ik zag ook een sprankeltje onwennigheid. ‘Maar anders moet je het zeggen.’
‘Doe ik.’
Stilte.
‘Nou, oké’, vervolgde ik, ‘misschien had ik niet verwacht dat je die stationcar zou ophalen op de dag dat we om cultuur gingen schreeuwen.’
Ze schrok op. ‘Nee maar dát was een agenda dingetje!’
Ik grinnikte een beetje. ‘Zeg nou maar gewoon dat je je leven betert.’
‘Ik beter mijn leven.’ Ze grinnikte nu ook. ‘En voor jou hebben we nog anderhalve maand te gaan om er nog wat van te maken.’ Triomfantelijk keek ze naar het scherm. In november.
‘Rotzak. We gaan volgend jaar later evalueren.’
‘Ja’, knikte ze. ‘Later.’