Hij trok de ene lap over de andere heen.
Hij deed zijn kleren aan.
Hij stopte een staaf in zijn mond met smurrie erop
en hij poetste zijn tanden.
Nog een lap, en wat stukken stof.
Klaar was hij. Om naar buiten te gaan.
In de lucht knisperde de sneeuw.
Zijn voeten bleven er achter.
Zijn hoofd ving een straal,
het zonlicht viel op zijn kop.
Braaf bleef hij voor een poppetje
met een groen lampje staan.
Toen hij rood werd
wandelde hij van stenen naar stenen
over een straat
met machines erop.
Daar hield het op.
Als mijn keelontsteking eruit zou zien zoals op het plaatje bij Wikipedia, was ik een blij mens geweest.
Vergeleken met de rode vulkanen achter in mijn keel, doet dat plaatje mij aan als een oergezonde Hollandse mond.
Zelfs de smurfen praten me teveel.
Nog even over die smurfen.
Ik heb nu een aantal afleveringen gezien, en de smurfen zijn niet echt geëmancipeerd. Nu weet ik niet of dat moet, of dat het de bedoeling is, maar in elk geval bestaat het smurfenvolkje uit voornamelijk mannetjessmurfen, die allemaal hun eigen kenmerk of kwaliteit hebben. Knutselsmurf is het mannetje dat (niet) kan knutselen, Brilsmurf is het betweterige mannetje, Lolsmurf komt de hele dag met (ontploffende) cadeautjes aan en Moppersmurf, Klungelsmurf en Dichtsmurf houden zich respectievelijk bezig met mopperen, klungelen en dichten. En zo wonen ze met z’n 101-en in een dorpje. 100 Mannetjes, en 1 vrouwtje. Nu heet dat ene vrouwtje Smurfin.
Smurfin heeft geen kenmerk of eigenschap, haar kenmerk in het verhaal is dat ze een vrouwtje is.
Ik wilde het maar even zeggen….
—–
Aan de andere kant doen die 100 mannetjessmurfen natuurlijk wel allemaal hun eigen afwas.
Dat dan weer wel.
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je al die pillen van de dokter in één keer inneemt!