Dat ze in een dorp net buiten Utrecht woont, vonden we het einde. Van de wereld welteverstaan, want alles buiten de stadsmuren is naar ons idee het vergooien van je leven. Daar gaan we dus nooit naartoe en vandaar ook dat ze bij ons was.
Ze vertelde dat je in zo’n dorp een keer in de week naar de supermarkt gaat en dat je dan al je boodschappen voor de hele week doet. En dat dat helemaal niet erg is. Sterker nog, dat het best meevalt, want in Amerika is alles veel erger. Daar moet je soms een paar uur rijden voor je brood. En, zo vertelde ze, daarom was het geen wonder dat ze in Amerika potten pindakaas hebben van vijf liter.
Een vijf liter pot pindakaas.
En dat brood, dat is van dat na-oorlogse dat een tijdje in de mode is geweest, ook in Nederland. Je kon het uittrekken als een harmonica en als je het losliet veerde het zo weer bij elkaar. Poing. Niet te vreten, maar bederven deed het nooit. Dat hebben ze daar ook. Heel handig als je op de prairie woont.
En toen wist ik het.
Ik moet naar Amerika.
Hoi Riekie,
echt hartstikke leuk! Nogmaals een bevestiging dat jij hier toch wel erg goed in bent. Mooie plannen heb je al hiermee, ik heb er het volste vertrouwen in dat je dat nog gaat lukken ook!
Liefs,
Kim.
Wij ook! Minder vertrouwen hebben we echter in het spatiegebruik van mevrouw Riekster. Mag ik een vijfliterpot pindakaas alstublieft? Neem er zelf ook een – maar niet in één keer opeten.