Toen ik vanmorgen mijn koffie in een al gebruikt kopje inschonk, zag ik hem ineens weer voor me staan. Die jongen die zijn koffiefilters hergebruikte. Niet omdat hij het zonde vond van het filter of de koffie. Maar omdat hij zichzelf niets nieuws gunde.
Dat was ie niet waard.
Het was een schrijver, maar in zijn hele doen en laten was hij de militair die ooit naar een oorlogsgebied was geweest en daar lijken aan bomen had zien hangen. Vrouwen met wapens in de berm, dode kinderen en open wonden. En hij als blauwhelm die niets mocht doen.
Na zijn dienst bleef hij maandenlang binnen. En op een keiharde rotstoel schreef hij zijn verhalen, liedjes en af en toe wat poëzie. Hij speelde ook muziek. Hele dagen kon hij drummen tot de vellen aan zijn handen hingen.
Want dat had ie verdiend.
Iemand won. Maar als je naar hem keek, was in de ogen van deze jongen geen winst van een oorlog, maar slechts wanhoop en verlies te zien.