Met windkracht 9 kun je een weekend op een eiland wel uitwaaien noemen. Wegwaaien is een beter woord, want de mensen van de boot hadden dan wel besloten dat we weer konden varen, op de fiets vloog ik bijna van de dijk. Maar dat was grappig en uitgelaten ploeterden we naar de andere kant van de zandplaat. Het was tenslotte vakantie.
Toen ik op zondagavond laat weer thuiskwam, kon ik nog net een staartje meepikken van een reisprogramma op tv. Daar geen gedetailleerde informatie over zand in je ogen en de Waddenzee, maar een hotlist van ‘s werelds meest bizarre plekken om naartoe te gaan. Binnen een half uur waren we zes continenten over geweest, ter land, ter zee en in de lucht, en hadden we acht verschillende talen van zeven verschillende stammen uit diverse tijdperken gehoord.
Mooie staaltjes reizen, lijkt me. Ik zou best eens gereïncarneerde voorouders in Madagascar willen bekijken. Of ufo’s neerhalen in de Amerikaanse woestijn.
En terwijl ik hoorde over spannende gebieden waarvan niemand ooit heeft gehoord, mijmerde ik nog wat na over ons ravotten in de duinen.
Het was maar een weekend op maar een eiland met maar gewone mensen. Maar zouden ze vandaag net als ik ook nog niet zó enorm gelachen hebben?
Te land!
COOOOLLLLL………..