Het tilt me op.
Het tilt me op, en het laat me niet vallen, maar misschien
straks
zet het me zachtjes op de grond.
Het waait niet,
het stormt niet,
alleen een zomerbriesje kriebelt
mijn nek.
Lief.
Een twinkeling is onderweg
naar mijn ogen.
Ik knik met mijn hoofd,
iets naar voren,
iets naar achter,
opzij,
mijn oor naar mijn schouder.
Om het goed te zien.
Het kriebelt een beetje,
het juicht een beetje,
en het maakt een klein beetje muziek.
Kleine beetjes om zachtjes vast te houden,
en in een jasje
te gieten
van
een lach, een dansje.
En sweet dreams.