Zestien mei

‘Meisje kijk er toch eens wat vrolijker bij.’ De groenteboer stopt de trostomaten in een papieren zak en legt die naast de courgette, de venkel en de tijm op de toonbank.
Ik kijk over mijn schouder naar buiten. Het regent pijpenstelen. Mijn broek is zeiknat en mijn haar ook en ik voel me een verzopen, ziek kuikentje dat per ongeluk in de winter is geboren. Vrolijker kijken? Ik trek mijn wenkbrauwen op en kijk de groenteboer vol ongeloof aan. ‘Ja. En olijven alsjeblieft. Gewoon zo’n bakje.’ Ik wijs naar een normaal bakje en daarna naar de olijven achter de koude glazen vitrine bij z’n toonbank.
Hij vult het bakje met de olijven en de knoflook en de kruiden. Lekker. Ik heb er nu al zin in, straks met appelsap en een krant en rode wijn. Ik doe denk ik ook de kachel aan. En kaarsjes. En pantoffels en mijn joggingbroek. Op zestien mei.
‘Anders nog iets?’
‘Nee, dank je.’ Ik zorg ervoor dat mijn hoofd er uitziet alsof ik glimlach.
Hij telt alles op, de kassa zegt ketsjing! en ik reken af.
Een vrouw achter mij vraagt of de beste man nog aan boerenkool doet, zo op deze dag.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *