‘Waaroem?’
‘Oemdath vertrekken…’, de een sprak nog belabberder Nederlands dan de ander. Toch droegen ze beide een geel hesje en waren ze aan het werk voor de NS. En ze verstonden elkaars Nederlands. Ik verstond ze niet. Nou vooruit, amper. Misschien stond de wind verkeerd.
We stonden op een roltrap. Dat scheelt ook. Dan kun je mensen soms net niet verstaan.
Ik denk dat ze heus hun best deden. En waren geslaagd voor hun examen. Of niet.
Ze verstonden elkaar.
Misschien was een van hun wel arts. En de ander vuilnisman. Waar ze vandaan kwamen.
Maakt ook niet uit.
Ze waren in elk geval een stuk beter te pruimen dan de ballen achter me. Vierentwintig en de bedrijfsvoering willen veranderen.