De rat at een stukje van de muur.
De muur was van een huis
en het huis van een mens.
Hij vroeg zich niets af.
Niet of hij ziek werd,
of
of het vies was.
Hij at
en at
zette een stap,
tuimelde de trap af
en toen hij op de grond zijn nek brak
was er een ander die hem opvrat.