Ze keek uit het raam
naar het lege pad.
Er was niemand,
maar hij had nooit gezegd
dat hij wegging.
Het regende niet,
de zon scheen niet,
het waaide niet,
misschien een beetje.
Het was een doodgewone dag.
Behalve dat hij wegging. Al weg was.
Ze was iemand
die graag geweten had,
of er tussen weggaan
en weg zijn
verschil zat.