‘Riekster?’ Een hoofd buigt zich om de post van de deur van de wachtkamer.
Ik kijk op. Oh, nee. Oh, nee. Oh nee oh nee oh nee. Dit Is Wat Niemand Wil. Dit is wat niemand wil, maar het gebeurt wel. Ik kom achter de krant vandaan. ‘Oh, hoi!’ Ik duik weer achter de krant.
‘Goh zeg, dat we elkaar nou hier tegenkomen!’
‘Ja, nou he!’ Veins ik enthousiasme. Mijn hoofd is rood. Ik kijk naar de klok. Nog zeker zeven minuten. Paniek maakt zich in rap tempo van mij meester.
‘Kom jij ook voor uh…’ ze wijst met haar hoofd naar een lichtroze deur.
‘Nee, nee, ik, ik kom voor uh, de andere dokter.’ Ik glimlach. Ik knik naar een witte deur. ‘Die.’ Ik vouw de krant een beetje uit.
Ze kijkt om, naar de witte gesloten deur. ‘Oh, oké. Ennuh, is dat hetzelfde als mijn dokter?’ Ze knipoogt.
Alsof we nu ineens vrienden zijn.
‘Nee, dat is een andere.’ Ik vouw de krant nog een beetje uit.
‘Oh.’
Dan komt haar hele lijf tevoorschijn, wandelt ze de wachtkamer in en gaat ze naast me zitten.
Ik kijk naar de krant. Ik wou dat ik een snor, een hoed en een zonnebril had.