De jongleur bedacht dat hij misschien beter muziek maken kon.
Of wellicht een geniale schrijver was.
Dat balletjes gooien, dat was ook maar voor tijdelijk wat.
Als hij nou heel hard probeerde,
was de kans groot dat hij ook mooie zinnen verzon.
Hij ging zitten aan een tafel, terwijl de was aan het lijntje hing.
Een pak appelsap op tafel stond.
Zijn pen zijn pet verving.
En willekeur hem tegenstond.
Hij wist niet wat hij schrijven moest.
Hoe hij in godsnaam mooie dingen bedacht.
Tot hij wist
dat dat pas kwam, op het moment dat je het niet verwacht.