Dat ze mij zogenaamd ook niet zag, maakte dat ik ging twijfelen of ze het wel was. De vorige keer kletste ze me de oren van mijn kop. Over zichzelf vooral en ze zeurde nog net zoveel als voorheen. Geen onderdeel van haar dat mijn gegaap zag, mijn blik die afdwaalde en korte ge-ja op haar oninteressante vragen. Uren vulde ze met zichzelf en toen het tijd was om op te stappen, moesten we gauw maar weer eens wat afspreken.
Ik dacht het dus niet.
Vandaag stond ze aan de overkant bij het stoplicht. Hoewel wij allebei weten dat het niet zo is -ze is geen spat veranderd- kan ik verkopen dat ik haar niet herkende. Het was tenslotte al een jaar geleden.
Onze blikken kruisten elkaar, maar zij had ook geen zin in mij en ze pakte haar paraplu over in haar andere hand. Iets meer voor haar gezicht, ik zie jou niet.
En zo werden we ineens even hetzelfde. Ai.