Ik hoor hem door de telefoon frapant voor zich uit kijken. Ik hoor het gewoon. ‘Wat?’
‘Wat, wat?’ Vraag ik terug.
‘Leiden is ellende? Lijden is ellende? Welke leiden, wat lijden? wat een fantastische zin zeg jij daar.’
‘Wenen is lachen.’
‘HAHAHA. Leiden is ellende.’
‘Wenen is lachen.’