RIEKSTER

dromen maar niet slapen

 

Van wie is het februari 25, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 18:00

Vanmiddag kwam het in een fragment voorbij, op de radio. Héél kort. De ene jongen wist niet van wie het was, maar die andere jongen, die wist het wel. Ik luisterde met gespitste oren.
Ik stopte te doen wat ik deed.
Van wie is het jongen, van wie is het, dacht ik.
Ik wachtte.
….
‘Moby,’ zei hij, ‘met go.’
Ik heb me héél vaak afgevraagd van wie dit nummer is.
Héél vaak.
En nu weet ik het.

 
 

februari 24, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 21:54

‘Ik wil niet met Beste worden aangesproken. Of Geachte.’ Ze trekt haar jas uit en gooit mijn witte wollen sjaal over de stoel. Ze heeft een mooi zwart jurkje aan, met bloemen erop. In dat jurkje loopt ze naar de koelkast, haalt er een fles wijn uit en schenkt een bel vol. ‘Jij?’ Ze houdt de fles omhoog.
Voor het gemak drink ik er eentje mee.
‘Ik bén onderhand mijn functie.’ Zegt ze. ‘Als ik vier minuten te laat ben zit twintig man mij aan te kijken, te wachten tot ik beslis wat er zal gebeuren. Ik haat fte’s.’
Ze neemt een slok, ze gaat zitten, slaat haar benen over elkaar en zegt: ‘Hoe is het met jou?’
En ik weet zeker dat ze het meent.

 
 

Stof en sneeuw februari 23, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 14:36

De mevrouw achter de balie had liever sneeuw, zegt ze. ‘Ik had liever sneeuw.’

Ik niet. Ik ben blij dat het regent als ik naar huis fiets. Er zit een slag in mijn wiel, een frisse wind waait in mijn gezicht.
Koud.
Koud maar fris.
Het fietsen gaat moeizaam, maar ik kom vooruit.
De druppels blijven op mijn jas liggen. Sommige rollen een beetje heen en weer. Voor- of achteruit. Een enkeling valt op de grond. Ze glinsteren een beetje.

‘Dat kon je tenminste zo afvegen’, zegt de mevrouw over de sneeuw.
‘Water smeer je alleen maar uit.’

 
 

Die februari 21, 2010

Hoort bij: Algemeen, De denker en de dromer — Riekster @ 13:47

‘Dus die vriendin, die was er ook. Die. Nu zeg ik weer ‘die’.’ De dromer hangt met zijn hoofd een paar centimeter boven de bar. Hij heeft nog een laatste bier besteld, maar die staat er al een half uur.

‘Je wordt er niet persoonlijker op, inderdaad.’ De denker knikt, en kijkt naar de bar en het hoofd. Hij neemt een slok.

‘Die man, die ex, die vrouw, die tuthola, die andere ex, die vriendin. Ik kan wel door blijven gaan. Wat moeten wij eigenlijk met al die mensen?’ De dromer kijkt op.

‘En’, zegt de denker, ‘behalve dat het onpersoonlijk is, is het tijdelijk. En ook een beetje negatief. Die vriendin. Je praat erover alsof je er vanaf wilt, en het liefst zo snel mogelijk. Wie is het eigenlijk?’

…..

‘Hallo?’

‘Wat?’

‘Wie die vriendin is.’

‘Oh, dat kan onderhand iedereen zijn.’ De dromer heeft zijn hoofd op de bar gelegd.
Hij krijgt een aai.

‘Ben je moe?’

‘Ja.’

‘Zullen we gaan?’

Zonder wat te zeggen stemt hij toe.

 
 

De lovedoctor, de verwarming en het raam februari 14, 2010

Hoort bij: Algemeen, Lovedoctor — Riekster @ 20:42

‘Godverdomme dat had ik anders moeten doen.’ Met een zak appels en een loei van een boodschappentas staat de lovedoctor voor haar eigen voordeur. Ik doe open. Ze kan de tas niet meer optillen en sleept de boodschappen over de drempel naar de keuken. ‘Jezus wat is het hier warm.’
‘Lekker he? Ik dacht ik maak er hier lekker een sauna van. Hallo, wat een hoop boodschappen. Wat eten we?’
‘Ik dacht ik maak een lekkere pasta.’
‘Mmmm lekker.’
‘Hoe is het hier?’ In noodtempo pakt ze de boodschappentas uit. ‘Kijk, ik ga straks een appeltaart maken.’
‘Goed, ik heb even wat van je boeken doorgebladerd. Als ik dit soort dingen lees, wil ik altijd meteen weer een studie beginnen.’ Ik leg de boeken weer op de stapel.
‘Wacht maar tot je weer in een werkgroepje terechtkomt. Die mensen hebben hele andere ideeën over een studie dan jij.’
Ze snijdt de wortel, scheurt de basilicum en bakt de pijnboompitten. Haar jas ligt op het aanrechtblad. Ik hang in een stoel, aan de keukentafel. Als ik de stoel op twee poten wip, kan ik precies met mijn hoofd tegen het raam hangen.
‘Wil je een wijntje?’
‘Nee, doe maar niet.’
Ik ben moe, en ik vind het fijn dat ik er ben.
De lovedoctor kijkt op, en trekt de koelkast open. ‘Hier.’ Ze geeft me een knipoog en zet een glas Roosvicee voor mijn neus.
Met mijn hoofd tegen het raam kijk ik naar de kaarsen op de tafel.
Straks krijg ik appeltaart.

 
 

Riekster en de boeken februari 12, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 22:30

De afgelopen paar maanden kreeg ik vier boeken.
Eerst kreeg ik een boek over Enneagrammen. Daarna gaf iemand me een boek van Plint te leen. Enkele weken later kreeg ik hetzelfde Plintboek nog een keer maar nu van iemand anders (en nu om te houden).
En tot slot kreeg ik ‘Eten, Bidden, Beminnen’. Voor op reis.

Het paste precies.
De mensen pasten bij de boeken die ze gaven, en de boeken pasten bij een deel van mij. Inderdaad, een deel van mij, want het zou te zweverig worden om hier te zeggen dat ik vier boeken ‘ben’ -waarvan ook nog eens twee keer dezelfde. Maar als ik de vier exemplaren zo naast elkaar zie liggen, ach, dan moet ik toch glimlachen.

Die 496 pagina’s tekst over karaktertrekken, naast die glimmende zilveren bundel met de mooiste gedichtjes, teksten en plaatjes. Naast nog een keer die zilveren bundel, en dat weer naast het reisverhaal van de vrouw die in Italië, India en Indonesië naar….naar God -is het God?- op zoek gaat.
En vooral dat laatste boek, dat lees ik elke dag voordat ik ga slapen. Daar word ik rustig van.
Want als zij het kan, dan kan ik het ook.
De stappen nemen van het leven en ondanks alles,
wat je niet kan maar toch kan,
met één hand trots en lachend op je dijbeen slaan.

-
(En had u al op het filmpje hieronder geklikt?)

 
 

There’s nothing you can’t do (*hmmzuchtfijn*) februari 11, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 22:57

 
 

Sonja (2) februari 10, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 23:15

Sonja wist nu hoe het was
om er met haar neus bovenop te zitten,
te genieten
van de schoonheid
en het overzicht te missen
waar ze ooit contact mee had.

 
 

To get there februari 7, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 16:27

Op donderdag doen we er dertien uur over om van Düsseldorf naar Krakau te komen, en van Krakau naar Wroclaw. Hoewel het op de kaart een kippeneindje is en het vliegtuig ons in een uurtje de grens over brengt, blijken in Polen zelf de afstanden groter en de kilometers langer.
Polen. De gedachte aan de verhalen erover alleen al, zorgt ervoor dat ik mijn laptop in zijn skipakje stevig tegen mij aanklem. Polen. Wat moet je in hemelsnaam in Polen. Het land aan de andere kant van Het Gordijn, het land met hekken en prikkeldraad. Narigheid. Zo denk ik over Polen. Voor je het weet is je hebben en houden weg. Terwijl het er vast ook heel fleurig en fijn kan zijn.

In ieder geval zit ik in de bus van Krakau naar Wroclaw en links van mij zit een Poolse man. Hij draagt dure survival-kleding, en maakt een Sudoku. Hij heeft een hip maar warm mutsje op zijn kale hoofd en kijkt met ronde blauwe pretogen in het rond. Grote stevige (dure) wandelschoenen beschermen hem tegen de kou. Ik vind hem geen echte Pool.
De man achter mij daarentegen, in legerbroek met zacht-roze kabeltrui en waterige ogen, dat is wél een echte Pool. Ik denk dat ik hem af en toe hoor grommen.
Ik ben gelukkig zonder vooroordelen op pad gegaan.

Zo toeren zij, ik, en een handje vol meer- en mindere- mate Polen over besneeuwde wegen door het koude land. Het asfalt is kapot, de bus en de sneeuw kraken, maar binnen is het warm. Langzaam dommel ik weg. Een knappe zanger met een gebroken hart fluistert nostalgische muziekjes in mijn oor.
De bus stopt. Aandachtig luister ik of ik iets hoor dat op Wroclaw of Breslau lijkt. Want zo heet ons eindpunt ook, Breslau. Maar we zijn er nog niet. Weer niet. Buiten ligt een man in de sneeuw zijn roes uit te slapen. Zo vriezen ’s nachts regelmatig Polen dood. Zuipen zich klem, en gaan ergens op straat liggen. Dan red je de ochtend niet, bij twintig graden onder nul.
Gelukkig ben ik nuchter en goed voorbereid op pad gegaan. We rijden, we remmen en we glijden.

Negen uur later arriveren we waar we moeten zijn. Ik ben niet moe, maar ik heb wel het gevoel dat ik dat hele verrekte Polen heb bereisd.
In de kamer waar ik slaap staat de centrale verwarming vol aan. Het laatste waar ik aan denk, is dat ik in het Oostblok ben.
Guur, grauw en koud.

Ik slaap als een roos en de volgende dag heb ik het gevoel dat iemand met een koekenpan op mijn hoofd heeft geslagen.
Buiten is het licht, blauwe lucht geeft de vierkante, sombere gebouwen een vleugje glans. Tussen de flats staan kerken en rijden duurdere auto’s dan ik had verwacht. Ze zijn vies. Door de modder en de sneeuw en het zout op de straten. Het vriest dat het kraakt. De zon doet pijn aan mijn ogen.
Koffie.
Ontbijt.
En dan een vergadering.

Na de vergadering vlieg ik weer terug naar huis. Als ik diezelfde avond friet eet op mijn eigen bank,
vraag ik me af
of ik het me nou heb verbeeld,
of dat het echt was.
Die dag en die nacht en die krakende kou.

 
 

Sonja februari 3, 2010

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 22:49

Sonja wilde weleens weten
of nee
een beter
antwoord was geweest.

Ze was
het wachten
nu wel
zat.

Hoewel
ze ook
hoopte
dat het anders was.

In dit geval.